Short Story – Science Fiction / Fantasy :

„De Geruchtmakende Zwarte Hand “

Albert van der Sel

 

 

1.

 

Een eindje verderop in het bos stond een fraai gebouwencomplex, waar de gegoede burgerij (maar niet zelden ook boeven van het laagste allooi) zich aangenaam konden verpozen. Er waren sauna’s, zwembaden, restaurantjes, een veelheid van bars, en zelfs ook enkele casino’s. Hoewel dat niet onmiddellijk zichtbaar was, bood het complex ook faciliteiten voor het gezelschap van allerlei betaalde gastvrouwen.

 

Het was al laat in de middag. De rode dwergster Ross-210 naderde de horizon, waardoor de omgeving in een purperen licht geplaatst werd. Aan de rand van het bos, bewoog zich een magere schim. Loerend vanachter boomstammen, nam de schim zo af en toe razendsnel een spurt naar de volgende geschikte plek, om vanuit die lokatie weer op steelse wijze het pand te observeren. Deze schim was Ati Pynthi, een vroegwijs meisje die vermoedelijk een jaar of negentien oud was, hoewel niemand dat met zekerheid zou kunnen bevestigen. Het slanke meisje had een erg bleke huidskleur, en droeg half lang haar, welke van nature, intens zwart van kleur was. Momenteel observeerde het meisje nauwlettend de ingang van het complex. Ati zag dat de ingang  bewaakt werd door een tweetal kerels. Volgens haar zagen deze lieden er gelukkig niet al te snugger uit, en dat bood een gunstig uitzicht op haar plannen. Desondanks hielden de kerels er scherp toezicht op, wie het pand binnentrad. Ati overwoog een aantal strategieën om de aandacht van de bewakers van de ingang af te leiden. Opeens knikte ze, alsof ze een besluit genomen had. Ze sloop weer terug naar de rechterzijkant van het pand, waar ze een groot aantal luchtwagens geparkeerd had zien staan. Ze koos er één uit, en keek even om haar heen of er iemand in de buurt was. De omgeving scheen veilig te zijn. Ati gaf toen een harde trap tegen de bestuurderskoepel. Zoals Ati verwacht had, begon het ding luidruchtig te loeien. Ze rende via de rand van het bos weer terug naar de voorzijde. Ati kon net nog zien, dat de bewakers de hoek om liepen. Ze nam een spurt naar de ingang, en was binnen. Ogenblikkelijk mat ze zich een houding aan, alsof ze hier al jaren een vaste gast was.

 

Op haar gemakje wandelde Ati door het pand. Overal zag ze de gasten lol maken, drinken, eten, of kansspelletjes spelen. Na een poosje zag Ati een locatie die mogelijk wel interressant zou kunnen zijn. Ze was beland bij een sauna. Zo te horen zaten daarbinnen een aantal mannen gezellig te zweten en te kletsen. Heel behoedzaam opende ze de toegangsdeur, en met één oog loerde ze naar binnen. Mooier kon het bijna niet, want dit was een kleedkamer. Aan de wand hing een verscheidenheid aan jassen, broeken en mantels. Ze zag ook een korte gang die naar de sauna leidde. Ati opende deur, nam een snelle sprong naar de wand met kledingstukken, en begon deze razendsnel te betasten op waardevolle kleinnoden. Ze griste een portefeuille uit een mantel, en een paar jassen verder was het weer raak. Nu stond Ati al met twee vette portefeuilles in haar linkerhand. Toen ze op het punt stond om de volgende mantel te inspecteren, verscheen er een grote dikke en naakte kerel in de gang. Een heel kort moment staarden de twee elkaar ongelovig aan. De man kwam weer tot bezinning en schreeuwde: “Donders! Klein kreng!” Hij draaide zijn hoofd naar de sauna en brulde: “He Arno! Diederik! We worden geklauwd!”. De man zette zich in beweging teneinde Ati te pakken, maar die was al weggerend en spoedde zich nu met grote haast door het pand. Ati rende keihard, tegelijkertijd om haar heen blikkend teneinde een uitgang te vinden. Daar! Een raam die naar het gazon leidde. Ati greep ergens een stoel vandaan en smeet deze zonder pardon dwars door het glas. Ze schoot het gazon op en rende als een speer naar de rand van het bos. In haar haast liet ze per ongeluk een portefeuille vallen. Ati gaf een kreet van afschuw, maar er was geen tijd meer om deze buit terug te claimen. Bij de bosrand aangekomen keek ze even om, en zag tot haar ontzetting dat een horde woeste kerels bij het gebroken raam stonden. Het waren een viertal bewakers alswel een drietal naakte kerels, waarvan er één opgewonden naar Ati leek te wijzen. Nu zagen de andere mannen haar ook. Ondanks haar haast, wuifde Ati even terug, en rende het woud in. Na een paar kilometer hollen leek het Ati verstandig om een bergplaats te zoeken.      

 

Al ruim een half uur hield Ati zich muistil. Ze zat op haar hurken, stijf achter een boomstronk die ingesloten was door een dicht struikgewas. Tamelijk plotseling, begon het hard te regenen. Ergens in de verte donderde het van het onweer. Niet lang daarna was haar omgeving gehuld in een dampige mist. Ati was daar echter allerminst ongelukkig mee, want de regen minderde het zicht en dempte alle geluiden, en dus ook die van haar. Nog maar tien minuten geleden, en akelig dichtbij, had ze het gekraak gehoord van vele zware voetstappen die door het dichte woud ploegden. Dit waren ongetwijfeld haar belagers geweest! Ati dacht na. Het was erg waarschijnlijk dat haar achtervolgers nog wel een poosje zouden verder trekken, alvorens ze zouden opgeven en terugkeren. Ze tuitte haar lippen. Het beste was, om nu maar zo snel mogelijk benen te maken en naar huis te gaan, voordat er een luchtwagen van de politie zou komen die haar vermoedelijk wel kon opsporen. Ati wist wel een route naar huis die grotendeels door het bos zou trekken. Maar eerst moest ze haar buit bekijken! Ze wurmde de gestolen portefeuille uit haar broekzak, en bekeek de inhoud. Haar ogen begonnen spoorslags te glimmen: er zat ruim zeshonderd credits in! Ati begroef de portefeuille, want het was natuurlijk beter om die morgen doodgemoedereerd en zonder gevaar op te halen. Mocht ze nu gepakt worden, dan had ze in ieder geval haar buit niet verloren, en zou ze gewoon alle euveldaden ontkennen. Ze kroop daarop voorzichtig uit haar schuilplaats. Ati bleef eerst een momentje roerloos staan. De regen kletterde op haar neer, terwijl ze gespannen luisterde naar mogelijk afwijkende geluiden. Er was op dat moment niets te horen wat haar verontrustte, en als een fantoom schoot ze ervandoor.

 

Ati woonde met haar oom in een trailer kamp, net buiten de gemeentegrens van Rosshaven. Deze grote stad was een havenplaats op de planeet Numea, de enige planeet die de dwergster Ross-210 begeleidde. Ross-210 lag op zo’n 710 lichtjaar afstand van de Aarde. Het kleine stelsel hing eenzaam in de onmetelijke lege ruimte  tussen de Perseus- en Orion spiraalarmen van de Melkweg. NuMea was een knooppunt van interstellair verkeer, en in Rosshaven waren talrijke ruimtehavens, alswel een gezellig en druk centrum. Het was er altijd druk met toeristen, en bemanningen van de vele vrachtschepen. De burgers in Rosshaven hielden er, over het algemeen gezien, een tamelijk ongedwongen levensstijl op na.

Het schemerde reeds toen Ati thuis kwam. Haar oom had aanzienlijk veel ruimte in het kamp voor zichzelf beschikbaar gesteld. Er stonden een fiks aantal eigendommen van haar oom op, waaronder een aantal lukraak geplaatste woontrailers, stapels met containers, en een oud gammel gebouw wat een woonhuis moest voorstellen. Voorts stond er een grote loods op het terrein, alswel een forse sloperij die afgeladen was met oude luchtwagens en gammele casco’s van ruimtejachten.

Ati opende de deur van de loods en stapte naar binnen. In een hoek van de loods, stond een forse tafel waar een aantal mannen aangeschoven zaten. Links zag ze Sammy zitten. Dit was een grote kerel met een ruig uiterlijk. Hij werkte voltijds voor oom Nejus, en woonde ook in het kamp. Naast Sammy zat Sol Ludwig, een man van een jaar of vijftig die altijd een streepjespak en een hoed droeg. Tegenover Ludwig zat Jolian, een tamelijk knappe jongeman met een openhartig gelaat, en tenslotte zag Ati haar oom Nejus zitten die vrolijk naar haar wuifde. Op de tafel stonden een aantal bierflesjes, en de mannen waren kennelijk aan het kaarten. “Hoi Ati!”, riep ome Nejus op joviale toon, en hij richtte zich weer op een bundeltje kaarten die hij handig doorelkaar schudde. Jolian zei: “Kind, wil je eens hier komen?”  Ati stapte voorwaarts en stond nu bij het groepje.  Ze toverde een allerliefst lachje op haar gezicht. Jolian monsterde haar van top tot teen en zei: “Potjandikkie, het meisje wordt per dag knapper!” Sol Ludwig grijnsde, en gaf Jolian een por: “Let jij nou maar goed op je credits! Dat knappe katje denkt er alleen maar aan hoe ze jou je geld kan aftroggelen.” Jolian lachtte, en keek Ati vragend aan: “En? Wat voor kattekwaad heb je dan vandaag weer uitgehaald?”  Ati keek schuins en antwoordde op luchtige toon: “Geen enkele hoor!” Ati leek toen even na te denken, en corrigeerde haar laatste opmerking:  “In ieder geval vast wel minder dan jij wat gedaan hebt.” Toen keek Ati naar de verschillende stapeltjes kaarten die op de tafel lagen. Ze vroeg: “En wat voor kaartspel spelen jullie eigenlijk?” Sol Ludwig antwoordde:”Dit is ‘zwarthanden’, een van de meest populaire spellen in de Federatie.”  Sammy voegde daaraan toe, terwijl hij zwaarmoedig  één voor één zijn medespelers aankeek: “Pas maar goed op hoor Ati! Zelfs als je het spel uitstekend beheerst, als dan toch je medespelers het gewoon op jou gemunt hebben, dan ga je er gegarandeerd totaal aan failliet!” Ati richtte toen haar aandacht op de stapel credits die op de tafel lag. Haar gezicht kreeg een verbaasde uitdrukking. Ati vroeg: “Hé, spelen jullie om geld dan? Hoeveel zit er momenteel nu in de pot?” Ati boog zich voorover om de stapel credits te pakken, kennelijk van zins om een goede daad te stellen door netjes het bedrag uit te tellen. Oom Nejus gaf een gilletje van schrik, draaide zich bliksemsnel om, en vouwde zijn armen om de stapel credits om deze buiten het bereik van Ati te houden. Hij riep: “Oh nee. Hier kom jij niet bij.” Ati keek verontwaardigd rond, haalde haar schouders op, en wandelde op haar gemakje naar de loodsdeur. Ze hoorde net nog hoe Sol Ludwig naar haar oom brulde: “Ja dat is lekker zeg! Leg terug wat je zojuist uit pot geklauwd hebt!”      

 

Ati liep naar haar eigen woontrailer, welke ze, ondanks de beperkte middelen, toch had weten op te knappen tot een gezellig eigen bunkertje. Eenmaal binnen, joeg ze eerst haar jongere broertje van haar bank. Het brutaaltje had het zich daar gemakkelijk gemaakt, en zat rustig tv te kijken. Ati riep op besliste toon. “Hola, vort, wegwezen jij!” Het ventje protesteerde heftig. Ati pakte het ventje bij de arm en zette hem buiten de deur. Tevreden over haar optreden dacht Ati: “Zo! Dat was gedaan. Het kereltje loopt altijd maar achter me aan te sjokken, en soms is men nu eenmaal gedwongen, hoe jammerlijk ook, om simpele doch effectieve maatregelen nemen.” Hierop pakte ze een biertje uit de koelkast, en schoof een pizza in een oventje. Niet veel later zat ze op de bank smikkelen en televisie te kijken.

Tevreden keek ze terug naar de vandaag behaalde resultaten. Ze giegelde. “Zeshonderd credits. Helemaal niet gek! Nee jongedame, helemaal niet gek.”, dacht Ati, “Morgen eerst eventjes de poet oppikken, en dan de stad in. En ook eens een keertje maar wat leuke kleren kopen.” Haar gezicht vertrok nu iets. “Wel jammer van die andere portemonee. Wat een truffel ben ik zeg, om zomaar die portefeuille te laten vallen!”  Op de televisie verscheen nu echter iets, wat meer en meer haar aandacht trok. Uiteindelijk ging Ati rechtop zitten. Een opgewonden nieuwslezer had het over een federaal schip, welke in de buurt van de ster Formalhout uit de hyperruimte was gekomen, om zich voor te bereiden op de volgende hypersprong richting het stelsel van Epsilon Reticuli. Het federale schip was afkomstig van de Aarde. Direkt was er echter een klein schip opgedoken, die meteen de hyperdrive van het federale schip aan flarden had geschoten, en haar dus vleugellam gemaakt had. Het federale schip was daarop onmiddellijk ge-enterd door een tiental mannen. Kennelijk had het federale schip nieuw gedrukte credits vervoerd t.b.v. de Nationale Bank van Epsilon, want de mannen hadden de kluis opgeblazen, en waren er vervolgens vandoor gegaan met het ongehoorde bedrag van honderd miljard credits. Tot nu toe ontbrak nog elk spoor van de overvallers. De nieuwslezer ging toen over tot het voorlezen van het lokale nieuws. Ati was vol ontzag, en ze slaakte een zucht: “Allemachtig, als je toch zo een formidabele slag kon slaan, dan was je voorgoed klaar! Moet je nagaan: ben ik al blij met zeshonderd credits. Nouja.. dat soort stunts lukt ook alleen maar de echt grote jongens.”

 

 

2.

 

De volgende morgen haalde Ati vlotjes haar zeshonderd credits op, en dook ze zo snel mogelijk de stad van Rosshaven in. Ze dacht er over om eerst een lekker uitgebreid ontbijt bij het sjieke Nobles te nemen, maar bedacht zich, want dat was toch wel een vrij dure tent. “Je kunt een credit nu eenmaal maar één keer uitgeven.”, dacht Ati opgewekt.

Ze wandelde daarop wat door het centrum, en genoot zichtbaar van de omgeving en de atmosfeer.  Ze liep door allerlei smalle straatjes, die geflankeerd waren met schitterende herenhuizen. Het was nog tamelijk vroeg in de morgen en het beloofde prachtig weer te worden. Op zeker moment, was ze op de Grote Markt belandt. Dit was een plein stampvol met restaurantjes en kroegen. Plotseling viel haar oog op een bord die op de stoep geplaatst was. In het naastgelegen pand was er kennelijk een expositie van het één of ander. Nieuwgierig stond ze door het raam te gluren. In ieder geval was er al een hoop volk binnen. Ati stapte het pand in, en keek wat rond. In een hoek stond een kassa, en dat was in ieder geval een zeer interressant gegeven, vond Ati.  Momenteel stond er echter een pukkelige jongedame achter de kassa, die Ati argwanend opnam. Ati gromde.

Maar misschien deed zich later nog een gelegenheid voor. Ati nam zich voor om dan eerst maar eens kijken wat er in deze winkel verder te zien was.

 

Het scheen een soort kunst expositie te zijn van een tweetal kunstenaars, namelijk de kunstenaars Arnand en Derdie. Het zaaltje stond dan ook vol met beeldjes, en aan de muren hingen schilderijen van verschillende afmetingen. Ze was zeker van plan om de schilderijen wat beter te bekijken. Tot Ati’s genoegen ontdekte ze een tafeltje waarop verschillende schaaltjes stonden met heerlijke koekjes. Men kon er ook koffie nemen. Ati greep een handvol met koekjes, en tapte voor haarzelf ook een mok koffie in. Daarop propte ze haar mond vol en liep ze rustig naar een muur om de kunstwerken nader te bekijken. Reeds het allereerste schilderij wat Ati bezichtigde, wist haar al onnoemelijk te verbazen! Ze zag een schilderij waarop uitsluitend een drietal oranje lijnen te zien waren, die van linksboven naar rechtsonder trokken, en op het doek waren dan nog her en der wat rare blauwe en groene vlekken waarneembaar. Plotseling begon Ati te grinniken. Wat ze nu zag was werkelijk ongelofelijk! Onder het schilderij was namelijk een prijskaartje bevestigd. Ati dacht dat er hier wel sprake moest zijn van een domme vergissing. Ze grinnikte: “Welke zot zou er nu zo gek zijn om zeventien honderd credits neer te leggen voor een paar onbenullige oranje lijntjes?” Plotseling vroeg een vriendelijke stem naast haar: “En jongedame? Vindt u het mooi?”  Ati draaide zich naar de stem. Een heer van middelbare leeftijd, en gekleed in een net kostuum, stond haar vragend aan te kijken. Ati propte opnieuw een koekje in haar mond en keek weer bedachtzaam naar het schilderij. Ze zei: “Nou, echt fraai is het niet, en de prijs is belachelijk! Belachelijk hoog bedoel ik eigenlijk.” De man lachtte, en schudde daarna beslist met zijn hoofd. Hij sprak: “Nee hoor. Het is niet minder dan een koopje. Echt waar!” Nu wees hij op de lijnen. “Kijk eens hoe prachtig gedaan! Hier zie je de Rede, Standvastigheid en Getrouwheid, die zich staande houden..” Nu wees de man op de vlekken. “…ondanks deze manifestaties van Wanorde en Chaos.” Ati knikte en sprak vlotjes: “Inderdaad. Dat had ik er zelf ook al uitgehaald.” Daarna liepen ze nog langs een aantal andere schilderijen. De man bleek kennelijk steeds bereid te zijn om haar iedere keer uit te leggen hoe een dergelijk doek geinterpreteerd moest worden. Langzamerhand verloor Ati echter haar interresse. Ze had namelijk gezien dat de kassa permanent bemand bleef, en hier had ze dus geen kans. Ati maakte aanstalten om de expositie te verlaten. De man bood haar nog een lunch aan, maar Ati liep zonder verder commentaar het pand uit.

 

Eenmaal buiten, had een ideetje bij Ati post gevat. Ati bleef een poosje, diep in gedachten verzonken, op de stoep staan. Veel voorbijgangers moesten even lachen om dat meisje die met een heel ernstig gezichtje in een filosofische houding zo stond na te denken. Ati echter, had dat allemaal niet zo in de gaten, en dacht: “Die schilderijen die ik zojuist gezien heb, die zijn toch zo achterlijk simpel, dat schreeuwt eenvoudigweg om daden.”

Ze liep er steeds meer warm voor. Ze zocht een verfwinkel op, kocht een paar kwasten van verschillende groottes, en wat kleine verfpotjes met oranje, blauwe, en groene verf. Ook kocht ze een paar doeken. Tijdens het afrekenen met de winkelier, nam Ati met tegenzin afscheid van maar liefst zeventien credits. Maar ja, soms is bij het verwezenlijken van goede plannen, een investering gerechtvaardigd. Ze ging daarop meteen weer terug naar huis.        

 

Op het sloopterrein van haar oom, vond ze na wat speurwerk, een constructie die wel dienst kon doen als schilders-ezel. Ati spande haar eerste doek op de ezel, en pakte haar kleinste kwast. Plotseling stond haar kleine broertje naast de ezel. Het jochie riep treiterend: “Ha ha. Ati kan helemaal niet schilderen!” Ati keek grimmig en dacht: “Die mug blijft hier  natuurlijk de hele tijd rondjengelen.” Toen kreeg ze een idee, en haar gezicht vertoonde direkt een opgewekte uitdrukking. Ze pakte haar grootste kwast, doopte die volledig in het potje met oranje verf. Het leek net alsof Ati aanstalte maakte om de eerste streek op het doek neer te zetten. Maar het pakte anders uit. Ze draaide zich naar haar broertje en zwaaide hard met de volle kwast. Een regen van oranje druppels trof doel,  en het ventje nam ogenblikkelijk gillend de benen. Ati grinnekte. Zo! Die zou wel niet meer zo snel terugkomen. Nu kon ze aan het werk. Met grote inspanning visualiseerde Ati in haar geest wat ze op de expositie gezien had en probeerde dat beeld zo goed mogelijk op het doek neer te zetten. Met de oranje verf, trok ze diagonaal een drietal oranje lijnen. Ze moest  zich wel degelijk hard concentreren om de lijnen mooi recht te trekken. Ook plaatste ze her en der wat blauwe en groene vlekken, die, met een beetje fantasie, de oranje lijnen als het ware trachtte in te sluiten.

 

Ome Nejus, die op het sloopterrein bezig was, had op een afstandje Ati al zien frunneken met haar doek en verf, en besloot eens poolshoogte te nemen. Hij wandelde naar Ati en haar ingenieuze ezelsconstructie. Daar aangekomen, stond oom Nejus een paar ogenblikken de verrichtingen van Ati te bekijken. Nejus wreef zijn kin, en zei: “Zo meisje. Wat een leuke hobby heb je gekozen. Dat had ik niet zo snel achter je gezocht.” Ati keek lachend naar haar oom, en antwoordde: “Nee hoor lieve Oom. Ik had er alleen nooit tijd voor kunnen vrijmaken. Want ik heb schilderen altijd al een fantastische expressie vorm gevonden, waarmee je heel gemakkelijk universele waarheden en denkbeelden kunt materialiseren.”  Ze wees nu op de drie lijnen. “Oom.. ziet u die drie oranje lijnen? Die representeren Durf, Intelligentie en Economische Zelfstandigheid.” Daarop begon Ati zuur te kijken. Ze wees naar de akelige blauwe en groene vlekken en vervolgde “Die, zoals altijd, belaagd worden door de Belastingen en Justitie….”  Haar oom krabde bedachtzaam aan zijn neus en zei: “Ah ja! Dan had ik het toch juist, want dat dacht ik er eigenlijk al uit te halen. Toch blijft het grappig dat je inderdaad dat soort concepten in een schilderij kunt vatten! Maarja. Over het algemeen gesproken, vind ik schilderijen die bijvoorbeeld nauwkeurig landschappen, of schepen enzo weergeven, toch wat meer aansprekend. Nouja, ieder zijn meug hoor.” Daarop aaide hij Ati over haar bol, en toog weer naar het sloopterrein.

 

Ati inspecteerde haar werk en was eigenlijk best tevreden met het resultaat welke ze in zo’n korte termijn bereikt had. Nu restte alleen nog de kroning op haar werk: rechtsonder op het doek schreef ze met haar kleinste kwastje met zwierige letters de naam “Arnand, anno 2831”. Ati keek verwachtingsvol naar het doek. Nu moest alleen de verf nog drogen, en kon ze haar laatste idee uitproberen. Ze stalde het doek in het warme rode licht van Ross-210, en wandelde naar haar trailer. Hier trok ze haar kleding uit, en doorzocht haar spullen om te kijken of ze nog in het bezit was van wat redelijk nette kleding. Voor haar nieuwste plannen moest ze er nu toch wel een beetje netjes uitzien. Daar! Ze vond een pakje welke ze ooit eens gekregen had van een tante, voor feestelijkheden en allerlei andere speciale gelegenheden.

Twintig minuten later, stapte er een bijzonder elegante en hippe jongedame uit de trailer. De jongedame droeg een strak getailleerd zwartkleurig bloesje met kleine zilverkleurige sterretjes, op een kort zwart rokje. Verder had Ati lilakleurige panties aangetrokken, en droeg ze enkelhoge zwarte puntlaarsjes. Ze had haar donkerpaarse haarbos versierd met kleine lila- en azuurblauwe bloemetjes. De jongedame leek veeleer op haar plaats te zijn in het dure“Grenoble”, de sjieke buitenwijk van Rosshaven, dan in een door de Gemeente uit het zicht geplaatst trailerkamp.

 

Ati keek op haar klokje. Het was nu nog vroeg in de middag. Ze had dus nog alle tijd van de wereld. Ze inspecteerde ze haar kunstwerk weer, en knikte tevreden.De verf was zo goed als droog. Ze wikkelde het kunstwerk in een laken, en ging op stap.

Wat later wandelde Ati wederom in het oude centrum van Rosshaven. Niet zelden draaiden de hoofden van de mannen die zij passeerde, automatisch mee om dat fantastische schepseltje na te kijken. Was een dergelijke kerel toevallig in het gezelschap van zijn vrouw, dan kreeg hij steevast daarop een harde en jaloerse por in de ribben, teneinde zijn blikveld weer in voorwaartse richting te dwingen. 

Via een wandeling langs de Grote Markt, was Ati nu in de wijk Rosshaven Zuid-Oost aangekomen. Deze wijk stond erom bekend, dat zich daar talloze kunstenaars en kunsthandelaren ophielden. Wat Ati hier zag, facineerde haar enorm. Veel jonge en oudere kunstenaars waren op grasveldjes, of op stoepen, bezig met het produceren van allerlei werken. Ati zag er allerlei mannen en vrouwen bezig met schilderen, schetsen, weven, boetseren, en nog veel meer andere kunstzinnige activiteiten. Ook was het er druk met toeristen en ruimtevaarders, want Rosshaven was natuurlijk een interstellair knooppunt voor vracht- en passagiers transport. Ati stond een poosje te kijken bij een vrouw van middelbare leeftijd die een wandtapijt aan het weven was. Het tapijt was vermoedelijk bijna af, en toonde een fantastisch en gedetailleerd beeld van de oude kern van Rosshaven. “Kijk, dat was nu echt mooi, in plaats van de flauwekul die een zekere Arnand produceert”, dacht Ati. Haar oog viel toen op een statig pand, waarbij op de gevel een opvallend bord geplaatst was met de tekst: “Meester Malhoeve: Inkoop en Verkoop van Allerhande Kunstvoorwerpen  

Ati liep op die zaak af, en stapte binnen. Er waren niet veel klanten aanwezig. Een keurig nette oudere heer met een fraaie grijze baard, keek goedkeurend naar de hippe en knappe jongedame die zojuist zijn zaak betreden had, en hij stapte direkt op Ati af. Hij keek Ati vriendelijk aan en vroeg: “Jongedame, waarmede kunnen wij u van dienst zijn?”

Ati toverde een ontwapend lachje op haar gezichtje en zei: “Ja goedenmiddag mijnheer. Ik hoop oprecht dat wij iets voor elkaar kunnen betekenen.” Nu plooide Ati haar gezicht in een ernstige uitdrukking. “Ik ben namelijk onlangs verhuisd, en een aantal schilderijen uit onze collectie passen eigenlijk niet echt meer in het nieuwe interieur. Ik heb hier een fantastisch fraaie Arnand bij me, die ik dan ook graag van de hand wil doen, al is het dan ook begrijpelijkerwijs voor een iets lagere prijs dan de nieuwprijs.” De oude heer knikte begrijpend, en sprak op meelevende toon: “Wat jammer voor u. Maar ja, ik begrijp het wel. Als een kunstwerk niet meer past in vernieuwd decor…tsja!.” Hij wees nu op het laken welke Ati in haar handen droeg, en vroeg: “Mag ik er misschien dan nu eens even naar kijken?” 

Ati knikte, en overhandigde het schilderij aan de heer. Hij legde het doek voorzichtig op een toonbank, en begon aan een nauwgezet onderzoek. Het onderzoek duurde echter maar opmerkelijk kort, en hij keek Ati vervolgens bedachtzaam aan. Hij zei: “Ik vond het al zo vreemd, want Arnand produceerd bijna uitsluitend scultptures.” Nu wees hij op het schilderij. “Het schilderij heeft enige gelijkenis met een werk van Derdi, maar dit doek is heel duidelijk een heel kinderlijke vervalsing!”  Nu keek hij op een ietwat vreemde manier naar Ati. “Er kunnen hiervoor een aantal verklaringen zijn. Het is mogelijk dat u het slachtoffer bent van een schandalige oplichting, of….”  En hier aarzelde de oude heer even. Ati keek verschrikt, en  riepi: “Maar hoe kan dat nu?”  Ati keek toen zelf ook naar het schilderij, en sloeg met haar rechtervuist in haar linkerhand. Ze riep: “Ah! Nu snap ik het! Mijn jongere broertje heeft het originele werk nageschilderd, en kennelijk heb ik in de commotie het verkeerde doek meegenomen!”  Ati greep naar haar hoofd: “ Oh..Wat dom… Wat vreselijk dom!”  Ze greep het schilderij van de toonbank en zei: “ Ik ga nu ogenblikkelijk het echte doek ophalen. Een ogenblik geduld alstublieft!” Daarna stoof ze de winkel uit. 

Buiten overlegde Ati met haarzelf. “Wat stom om de twee kunstenaars te verwarren. Bovendien kon je dit soort kunstkenners kennelijk niet zo gemakkelijk foppen.” Hierop kreeg Ati een nieuw idee. Ze wikkelde haar vervalsing weer in het laken en haaste zich naar de expositie waar ze vanmorgen nog op bezoek was geweest. Na een poosje was ze weer op de Grote Mark, en zag Ati het pand waar de expositie ondergebracht was. Ze stapte binnen, greep meteen het originele werk van de muur, wisselde dit zeer snel met haar vervalsing die onder het laken zat. De vervalsing hing nu aan de wand. Ati liep toen op haar gemakje naar de toonbank. Het echte schilderij zat nu dus verborgen onder het laken. Een jongedame die achter de kassa stond, had de bijzondere capriolen van Ati met verbijstering aangezien. Maar alles scheen toch in orde te zijn, daar het schilderij aan de muur hing. Ati wees naar het schilderij aan de wand, en zei tegen het verkoopstertje: “Goedenmiddag. O wat een prachtig werk is dit! Ik had dit schilderij vanmorgen al gezien, en was er toen al absoluut weg van! Ik wil het graag kopen.” 

Het  verkoopstertje lachtte: “Maar natuurlijk mevrouw. Eens even kijken wat de vraagprijs is. Het verkoopstertje raadpleegde daarop een catalogus, en zei tegen Ati:

“Het schilderij kost u hier slechts zeventienhonderd credits, en dat is naar ik begrepen heb, aanmerkelijk lager dan de originele vraagprijs van de kunstenaar Derdie.”  Ati wendde ontzetting voor. Ze veinsde met schrille stem: “Zeventienhonderd credits? Ik meende dat ik op het kaartje gelezen had dat het bedrag slechts zevenhonderd credits was. Dit is uiteraard mijn fout! Ik had vanmorgen dan ook mijn bril niet op. Ik dank u voor uw tijd, maar het kunstwerk gaat mijn budget helaas ver te boven!”  Het verkoopstertje knikte begrijpend. Met het echte schilderij in het laken gewikkeld, verliet Ati haastig de expositie, en liep zo snel als ze kon opbrengen, naar de kunstenaarswijk in Rosshaven Zuid-Oost.

 

Ten tweede male was Ati nu in het pand van Meester Malhoeve. Ditmaal was de oude baas wel tevreden. Hij lachtte en zei: “Het was zo’n vreemde situatie eigenlijk. Maar aan de andere kant, de vervalsing was zo vreselijk in en in slecht gemaakt, dat het inderdaad niet anders kon zijn dan gemaakt door de handen van een drie, hooguit vier jarig kind!” Ati moest hierop even slikken maar liet verder niets merken. De oude heer schudde lachend zijn hoofd en vervolgde: “Daarom was uw verhaal eigenlijk wel direkt geloofwaardig.” De oude heer werd toen ernstig, en zei: “Zo, laten we dan nu eens kijken, wat ik er u voor geven kan.” 

Er volgde daarop een wijle van harde onderhandelingen. De oude baas had eerst niet hoger willen gaan dan het schamele bedrag van negenhonderd credits. Ati was woest geworden. Immers het kunstuk stond in alle catalogi aangemerkt met een waarde van minimaal zeventienhonderd credits. De handelswijze van het huis van Meester Malhoeve, grensde, wat Ati betrof, aan oplichting dan wel pure uitbuiting! De oude man had daarop fel uitgehaald en gewezen op krasjes in de linkerbovenhoek van het doek, die de waarde flink naar beneden haalde. Deze krasjes waren volgens Ati vrijwel niet zichtbaar, en bestonden feitelijk alleen in de fantasie van de oude inkoper.

Zo ging dat spel nog een tijdje door, en uiteindelijk stond Ati buiten met het bedrag van elfhonderd credits in contanten. Ati wandelde op haar gemakje terug naar de oude stad.

Ze was eigenlijk best wel in haar sas. In haar beurs zat nu het klinkende bedrag van achttienhonderd credits! Daar kon je een tweede hands luchtwagen voor kopen, of makkelijk een luxe vakantie van mee financieren, van wel twee maanden op een exotische planeet. Ati dacht na, en haar gezicht vertoonde een peinsende uitdrukking: “Ik heb hier toch wel iets van opgestoken. Als je toch ziet hoe die ouwe schurken van kunsthandelaars, de argeloze kunstbezitters op een dusdanig vreselijke en schandalige wijze uitkleden….”  Nu schudde Ati mismoedig met haar hoofd, “Nee…  Dan kan ik toch niet anders concluderen dan dat de kunsthandel me toch niet zo aanspreekt.”.   

 

Ze was nu inmiddels in het oude centrum beland. Hier zag  ze de winkel BB Amours, een in de betere kringen zeer bekende dameskledingzaak. Hier kocht Ati nog wat leuke, en vlotte spulletjes. Ze had nu toch geld zat. Na haar inkopen, liep ze de Grote Markt over en wandelde de Roelingstraat in. Ze liep eerst gedachteloos langs een aantal reklameborden, liep nog een eindje door, maar hield toen abrupt halt. Wat had ze daar nu eigenlijk op één van die borden in een flits gezien?  Ze liep weer terug, en staarde geinteresseeerd naar een bepaald bord. Er was daar het volgende te lezen.

 

Bent u reeds rijk en wilt u nog verschrikkelijk veel rijker worden? Of, bent u rijk en wilt u ervaren hoe het voelt om aan de bedelstaf te geraken?

Komt Dan Allen Dit Zien: Het Aardse “Fantastic Credits” organiseerd ieder jaar hun roemruchte “Zwartehand” toernament. Het heeft die instelling behaagd, om dat dit jaar alhier in ons fraaie Rosshaven te laten geschieden. 

 

Waar: De Wolterbergzaal, alhier te Rosshaven

Wanneer: De 21ste Jorg.

Niet voor: Angsthazen

Wel voor: Ervaren zwarthand specialisten

Inschrijven: ten laatste op de 19de Jorg

 

 

Ati dacht na. Het was in ieder geval een intrigerende boodschap. De 21ste jorg, dat was al over vijf weken. Zwarthanden, was dat niet dat leipe kaartspelletje wat oom Nejus en zijn kameraden altijd speelde?

 

Thuis, op het kamp, borg ze eerst haar nieuwe kleding netjes weg, en wandelde daarop naar de loods. Zoals ze wel verwacht had, zaten daar haar oom, met Sammy, Jolian en Sol Ludwig, aan de grote tafel te kaarten. Haar broertje was er ook, en zat ergens in een hoek met miniatuur luchtwagens te spelen. Hij keek vuil naar Ati, die hem verder compleet negeerde. Sammy wierp een tweetal kaarten op tafel, en riep opgewekt: “Zwarthanden! Hupsa! Hier een rode boer met twee witte vrouwen!” Hij greep grijnzend een stapeltje credits van tafel en zei: “Morgen zullen jullie, zoals gebruikelijk, me wel weer uitwringen, maar niet vanavond hoor!” Sol Ludwig keek treurig toe hoe Sammy het geld in zijn buidel borg. Oom Nejus vroeg: “Doen we nog een potje? Ja? Goed dan! Iedereen graag tien credits inleggen.” Oom Nejus keek naar Jolian en zei: “Jouw beurt om de bank te spelen.” Jolian reageerde niet direkt. Hij had zojuist Ati ontdekt, en zat haar met open mond aan te staren. iHHh

 

 

 Hij riep: “Ati, wat zie je er vandaag verukkelijk uit!” De andere mannen hadden haar nu ook opgemerkt, en ome Nejus zei trots: “Ja, het is echt een knap kind geworden.” Nu boog Nejus zich naar de starende Jolian en zei: “He knaap, wakker worden! Je bent de bank!” Het spel werd hervat en korte tijd later waren de heren weer helemaal in de ban van de kaarten. Ati keek het eens een poosje op haar gemak aan. Er werd in dit spel, zelfs al door simpele lieden als haar oom en zijn kornuiten, toch best wel voor veel geld gespeeld. Dat was eigenlijk wel interressant. Ze had er eigenlijk nooit zo bij stilgestaan, maar stel nu eens dat zijzelf de regels en technieken zou beheersen,  zou ze dan veel credits kunnen scoren? En hoe moeilijk kon het eigenlijk zijn, gewoon een potje kaarten?

 

 

3.

Er waren een tweetal weken voorbij gegaan. Ati had wat boeken gekocht, en op een beurs had ze voor een prikkie haar hand weten te leggen op een heuse kaart robot. Deze had ooit eens in één van de casino’s in Rosshaven gewerkt. Hoewel de robot afgedankt was, en er kennelijk een aantal circuits kennelijk niet zo goed meer waren, was Ati er reuze blij mee.

Ook had Ati al vele uren het Net afgespeurd naar allerlei legale (maar ook illegale) technieken en kunsten rond het kaartspel zwarthanden. Ati had met verbazing geleerd dat er op verschillende plaatsen in de Federatie allerlei competities georganiseerd werden, zoals bijvoorbeeld op Aarde. Er werden daar soms om enorme sommen credits gespeeld.      

Het “dichtsbij” waar regelmatig competities plaatsvonden, was in het stelsel van Mina-5, welke toch nog op een lieve driehonderd lichtjaar afstand lag.  Een kaartje met een toeristenschip naar Mina-5 kostte ongeveer honderd credits, maar Ati had ook al gehoord dat passage op een gewoon vrachtschip, hoewel veel minder comfortabel, voor veel minder te realiseren was. Dus daar maakte Ati zich niet al te veel zorgen over.

En natuurlijk was er het toernament op de 21ste jorg, gewoon hier in Rosshaven. Dat festival was nu nog maar drie weken weg.

 

Toen ze destijds gezamenlijk met haar robot van de beurs naar huis liep, had haar robot had zich voorgesteld als ‘Robotisch Medewerker nummer 27 in kartel 5’. Ati vond dat toch wel een vrij lastige naam, en besloot de robot voortaan ‘Rob’ te noemen. “Ja joh, je heet voortaan Rob!” had Ati de robot voorgehouden. “Dat klinkt toch veel beter dan dat malle medewerker zus-en-zo?” De robot vond dat maar raar en schonk Ati  een bedenkelijke uitdrukking. Toen stopte Ati plotseling en haar gezicht kreeg een geheimzinnige uitdrukking. Ze loerde een aantal malen om haar heen. Ati sprak: “En dit is héél erg belangrijk. Knoop het goed in je circuits! Als er iemand er ooit naar zou mogen vragen: Je bent absoluut geen kaartrobot, en nooit geweest ook! Je hebt wel een glansrijke carriere achter de rug als een taalrobot. Oke?” De robot had gefronst, en zei: “Maar dat klopt helemaal niet. Ik was altijd in het Casino bezig met kaartspelen, en met name dan zwarthanden. Ik weet niks van talen!”  Ati wuifde de bezwaren van Rob met haar handen weg, en zei: “Maakt niet uit! Maakt niet uit! Je besprak toch ooit wel eens wat met iemand in het Casino?” De robot knikte. Ati vervolgde: “Nou dan! Dan was je wel degelijk met taal bezig, of niet dan?” Rob begon toch te sputteren, maar Ati wilde van geen wijken weten: “Alleen ik weet dat je met zwarthanden bezig was, maar voor alle anderen, en ik bedoel echt alle andere mensen, ben jij gewoon een gepensioneerde taalrobot!”  Ten langen leste stemde Rob maar in.

 

Iedere dag speelde Ati in haar trailer wel een paar uurtjes met haar kaartrobot. In het begin kon de robot nog veel geduld opbrengen, maar naarmate de dagen voorbij gleden, werd de robot, volgens Ati althans, steeds nukkiger.

Op een avond was Ati in haar eigen trailertje weer eens met haar robot aan het zwarthanden. De robot wierp een credit op tafel en zei: “Ati, ik denk dat ik maar een rode ruiten tien van de Bank koop. Kun je aub over de brug komen?” Ati speelde op dat ogenblik de Bank, en haalde de bewuste kaart uit een stapel. Ze wierp deze op tafel. De robot pakte de kaart op en bekeek vervolgens zijn hand met kaarten. Hij vergeleek deze met de vrije kaarten op tafel. Daar lagen al drie Boeren, een Heer, en twee Vrouwen. De robot dacht een poosje na, en besloot tot het uitroepen van de “zwarte hand”. Het uitroepen van de zwarte hand conditie, betekent dat alle spelers nu direkt hun kaarten op tafel moesten blootleggen. Ongeacht wat dan ook! Dit was een onverbiddelijke regel. De roeper nam hierbij zeker een fiks risico, want als deze speler niet de allerbeste kaarten had, moest die speler direkt de huidige waarde van de pot verdubbelen! Daartegenover stond dat als de roeper wel de beste hand met kaarten had, dan mocht hij of zij direkt de gehele pot naar zich toeschuiven. Desondanks, een speler zou een “zwarte hand” alleen maar uitroepen, als hij of zij er behoorlijk van overtuigd zou zijn, de beste hand met kaarten te hebben. Ati was nu dan evenwel verplicht haar kaarten open te gooien, evenals de robot. Daar lagen dan de kaarten van Ati op tafel. Het was een beschamend gezicht. Er waren twee Boeren bij, alswel een Heer, een Vrouw, en een harten Aas. Op zich was het een mooie reeks kaarten. Maar robot had speciaal interresse voor de twee Boeren van Ati’s kaarten. Een stukje verderop lagen de drie Boeren van de vrije kaarten. “Hmm..”, sprak de robot op ironische toon, “Een spel kaarten dient vier Boeren te bevatten, maar ik zie er inmiddels al vijf liggen. Heb jij dat ook opgemerkt Ati?”  Ati’s gezicht vertoonde een schaapachtige uitdrukking. Het was duidelijk dat Ati alweer door de mand gevallen was. Al een poosje was ze namelijk bezig met het bestuderen en toepassen van de techniek van de “onderwaterkaart” van een zekere Dr. Lukka. Het ging er dan om, om een goede kaart, (maar ook weer niet een al te opvallende kaart) als bijvoorbeeld een Harten negen, zodanig verborgen in het spel te houden, zodat er op geen enkel moment nooit meer dan vier exemplaren tegelijk zichtbaar zouden zijn. Op een gunstig moment zou de valsspeler dan kunnen proberen te beschikken over de verborgen kaart. De kunst was dan ook, om de positie van de “verborgen” kaart goed in te gaten te houden, vaak middels minieme merktekens. Het procede leverde statistisch gezien, verbeterde kansen voor de valsspeler. Tenzij de extra kaart zich reeds in de hand bevond, en iemand het nodig vond om de “zwarte hand” uit te roepen, zoals nu dus gebeurd was.

 

De robot keek somber en sprak: “Ik moet tot mijn spijt constateren, dat ik in de afgelopen twee weken nog geen enkel spel met je gespeeld heb, waarbij jij niet op één of andere manier geprobeert hebt om de boel te belazeren.” Ati lachtte, en antwoordde: “Kop op Robbie! Het is maar een spelletje hoor. Trouwens, wat klaag je nou? Je hebt al die spelletjes met gemak gewonnen, en je hebt inmiddels al een kapitaaltje van me buit gemaakt.” De robot knikte. Dat was inderdaad waar en hij keek tevreden naar zijn beurs. Hoewel hij en Ati maar om losse credits speelden, had hij inmiddels al tweehonderd credits gewonnen. De robot zei toen: “Het is anders toch wel erg knap hoe je die vijfde Boer in het spel hebt weten te sluisen. Ik heb er niks van gezien.” Ati schudde ontkennend haar hoofd en zei: “Nee, die extra Boer zal reeds in het spel. Dat had gefikst toen jij voor jezelf een energie cel ging wisselen” De robot knikte, en zei: “Dan begrijp ik het, want meestal zie ik dat soort illegale acties wel.” Ati zuchtte: “Was het maar waar dat ik een goede techniek had om in een lopend spel een extra kaart in te brengen. Zonder dat iemand er iets van merkt uiteraard!” 

De robot snoof en zei: “Nee Ati, zet dat maar uit je hoofd want dat is echt allemaal larikoek! Weet je dat er bij de echte games altijd heel erg streng gescanned wordt? Het is echt onmogelijk om kaarten in te brengen. De high-speed scanners zien alles! Het zou zelfs mij niet lukken.” Nu keek Ati verongelijkt. Dit was ernstig nieuws: Als datgene wat Rob haar zojuist verteld had waar was, viel haar nieuwe plan eigenlijk in duigen.

De robot die de reaktie van Ati wel gezien had, begon het nu te begrijpen. Hij begon te lachen. “O, was dat dus eigenlijk je opzet?” Beteuterd gaf Ati het toe. Het had nu niet zo veel zin meer om haar plan aan Rob verborgen te houden. Ati vertelde Rob dat ze eerst zou proberen om op een goed niveau van het spel te komen, en daarnaast enkele technieken zou proberen te benutten “om het geluk een handje te helpen”. Als ze dan goed genoeg was, zou ze proberen om eerst wat in Casino’s te verdienen en als dat voorspoedig liep, zou ze mischien zelfs wel een aantal echte competities af lopen. Maar dat scheen nu dan een doodlopende straat te zijn.

 

De robot zat met een ernstig gelaat diep na te denken, en het was stil in de trailer. Ati zat lusteloos met wat kaarten te schuiven. Na een poosje zei de robot op rustige toon: “Hmm. Toch is het denk ik wel uitvoerbaar.” Ati keek meteen op: “Hoe bedoel je?”. De robot ging verder: “Weet je.. Talent herken ik namelijk direkt! Wist je eigenlijk wel hoe je de afgelopen dagen bent gegroeid in je spel? Nog een paar weken, en ik denk dat je me zo van tafel mept.”  Hierop klaarde Ati’s gezicht welliswaar op, maar ze had nog steeds wat twijfels. “Bovendien..”,vervolgde Rob, “ga ik eens kijken in hoeverre het haalbaar is om bepaalde technische hulpmiddelen in te zetten.” Ati keek vragend, maar Rob hield het voorlopig nog voor zichzelf wat die technische hulpmiddelen dan wel mochten inhouden..

 

Na een week van keihard trainen met Rob, besloot Ati op een ochtend, om het maar eens lekker rustig aan te doen. “Nu maar eens een dagje zonder kaarten”, pufte Ati opgewekt. Maar wat hadden ze de afgelopen week hard gewerkt zeg.

Het beloofde inderdaad vandaag een prachtige dag te worden. Ross-210 klom langzaam ter hemel en overgoot het landschap met warme zonnestralen. Ati zag in de verte dat ome Nejus en Sammy druk bezig waren op de sloperij. Een kraan hijsde allerlei wrakken op de truck van een klant. Ergens in de verte, vlak bij de loods, scharrelde Jolian wat met staaldraden. Ati vond het heerlijk om te zien dat er zo vlijtig gewerkt werd. Zelf trok ze een badpakje aan, gooide een luchtbed op de grond, en genoot van de warme zon. Ook Rob stapte de trailer uit. Hij zei: “Lekker weertje hè? Ik ga even een krantje kopen bij de kiosk aan de hoofdweg.” Ati wuifde dat het goed was. Niet veel later keerde Rob terug, en ging hij op een nabij gelegen bankje het krantje zitten lezen.

 

Jolian was diezelfde morgen al de hele tijd bezig met het ordenen en sorteren van staaldraden. Een vervelend klusje, vond Jolian, maar iemand moest het doen. En Nejus had hem nu eenmaal aangewezen als de “zaakgelastige van de staaldraden”, zoals Nejus dat op zijn zogenaamd “lollige” manier brengen kon. Jolian gromde: “Zaakgelastigde! Tsss! Me neus! Dit is verschrikkelijk aanpoten!”  Triest keek hij naar de enorme berg draad die nog verplaatst moest worden. Momenteel, vertrekkend vanuit de grote loods, was Jolian onderweg met een bak vol staaldraad naar een container. Toevallig stond die container niet veraf Ati’s woontrailer. Jolian tjokte voort. Gelukkig werd de bak via een elektrostatische methode gewichtloos gehouden. Op een gegeven ogenblik passeerde hij Ati’s trailer op niet meer dan een tiental meters. Hij kreeg een warm gevoel.  “Daar ligt het mooiste meisje wat ik ooit gezien heb. Niemand in Rosshaven kan zich met haar meten! Met haar lange benen…, die vreemde donkerpaarse haren...”, dacht Jolian. Het meisje lag in de zon, en Jolian kon zijn ogen maar moeilijk van haar lange en slanke benen afhouden. Hij wist dat juist vanwege haar vreemde schoonheid, Ati beslist niet populair was bij de andere dames in het kamp. Vreemd genoeg ging dat schijnbaar helemaal langs haar heen. Voor zover Jolian wist, had Ati maar weinig, of misschien zelfs helemaal geen, contact met de andere vrouwen en meisjes. In dat opzicht was het wel een merkwaardig kind. Jolian trok weer verder. Een eindje verderop kieperde Jolian de staaldraden in de container, en keerde weer terug voor zijn volgende rondje. Wederom was hij vlak bij Ati. Jolian stopte. Zijn hart bonkte in zijn keel. Zou hij het durven? Jolian keek om zich heen. Hij zag alleen een eindje verderop die rare taalrobot zitten, en die knaap zat kennelijk rustig een krantje te lezen. Jolian vermande zich en liep naar Ati. “Hoi Ati!” sprak Jolian op vrolijke toon. Het meisje knipperde met haar ogen, en was kennelijk onder invloed van de warme zon, ingedommeld geweest. Ze herkende Jolian, en gaf een zwakke groet.

Jolian liet zich niet meteen uit het veld slaan door Ati’s matige reaktie, en probeerde op een uiterst voorzichtige wijze, haar een voorstel te doen: “Ik vroeg me af.. uhh.. Heb je misschien eens zin om met mij een hapje te gaan eten? Dan kunnen we daarna misschien een filmpje pakken. Of gaan dansen als je dat leuk lijkt…” 

Ati reageerde mat, en leek er geen belangstelling voor te hebben. Jolian voelde zijn bloed bevriezen, en de moed zonk hem werkelijk in de schoenen: Hoe had hij het toch als aap gewaagd om deze schoonheid uit te vragen? Wat een catastrofe: het meisje had niet eens echt gereageerd op zijn uitnodiging.Hij voelde zich afschuwelijk, en wilde zich al bijna omdraaien om weg te gaan, toen Ati met en ruk opeens rechtop ging zitten. Ati zei: “O, wil je uitgaan? Wat leuk!” Ati toonde een fris en opgewekt gezicht: “Misschien is het wel eens aardig om een casino te bezoeken! Kunnen we daar een hapje eten, en misschien zelfs ook een potje kaarten.”  Jolian kon zijn geluk niet op. Hij zei: “Tuurlijk kan dat! Maar wil je niet liever dansen? “Rosa’s danstuin” schijnt tegenwoordig heel gezellig te zijn.” Hierop keek Ati vrijwel direkt heel somber. Ze antwoorddde: “Nee, dat is zo oudbollig! En bovendien doe ik dat al zo vaak. Laten we toch een casino bezoeken!.” Jolian aarzelde nog. Ati begon te schateren: “Maar jij zit bijna iedere dag met Nejus en Sammy te kaarten. Heb je dan niet eens zin om dat in een casino te doen? Jij en ik.…. lekker gezellig met z’n tweeen een potje zwarthanden!”  Jolian tuitte zijn lippen. Hij kreeg een ernstige uitdrukking op zijn gezicht, en begon wat heen en weer te ijsberen. Jolian zei: “Ja, dat kon jij natuurlijk als jongedame ook niet weten, maar zwarthanden in een casino is wel een hele serieuze business. Ten eerste wordt daar echt met grof geld gespeeld” Ati was onmiddellijk zeer geinterresseerd, en zei op een hartelijke toon: ”Ja! Vertel daar eens over, als je wilt? Wat zijn bijvoorbeeld de minimale en maximale inzetten?” 

Jolian krabde zijn achterhoofd en zei: “Poeh.. Daar vraag je me wat. Ten eerste hebben we de klasse A, B en C tafels. Bij de laagste klasse C, bedraagd de minimale inzet vijftig credits. Bij B is het minimum honderd credits. En bij klasse A, als ik het me tenminste goed herinner, is het minimum maar liefst vijfhonderd credits!”

 

Rob die de conversatie aangehoord had, kwam tussenbeide en zei: “Wat betreft de klasse C en klasse B tafels had u het helemaal goed. Echter, bij de klasse A tafel bedraagt de minimale inleg duizend credits!” Jolian was onder de indruk, en zei: “Moet je nagaan als toch aanzit bij een klasse A tafel, en je verliest een paar potjes. Tsjonge!” 

Ati zat zichtbaar te genieten. Ze zei: “Nou ja, dan kunnen we misschien wel aan een klasse C tafel aanschuiven en daar eens één of twee potjes proberen. Gewoon, om het maar eens een keertje in je leven mee te maken! Hoeveel mensen zitten er eigenlijk meestal aan een klasse C tafel?” Jolian dacht na, keek vragend naar Rob, en zei: “Ja, vaak wel een stuk of vijf of zes deelnemers, nietwaar?.” Rob knikte bevestigend. Het leek net alsof Rob het een facinerend onderwerp vond, en het leek wel alsof hij op dreef begon te komen. Enthousiast sprak Rob: “Ja, maar aan de klasse A tafels zitten bijna uitsluitend vermogende toeristen en andere rijke buitenwerelders. Overigens zitten aan de klasse A tafels niet zelden ook schavuiten en gangsters. De autochtone inwoners van Rosshaven vind je alleen maar aan de klasse C tafels.”

Jolian keek schuin naar Rob en zei: “U weet opmerkelijk veel van casino’s. Althans voor een taalrobot.” Ati zei snel: “Uiteraard! Rob heeft natuurlijk vaak taallessen gegeven aan het personeel, want die lieden hebben juist behoefte aan taalkennis.”

Jolian knikte begrijpend. Dat verklaarde inderdaad waarom de taalrobot zoveel wist van wat er omging in een casino. Hij keek nu naar Ati, die met een bedroefd gezicht was opgestaan. Jolian lachtte: “Maar wat is er nu dan weer? We doen wat jij wilt en we gaan vanavond naar een casino!”

Ati beet op haar onderlip en sprak op bedremmelde toon: “Ik zit alleen momenteel zo vreselijk slecht in me credits. Och hemeltje toch!”

Jolian wuifde de bezwaren weg: “Als een heer een jongedame uitvraagt, is het de regel dat de heer alles betaalt!”  Ati keek op slag vrolijk en zei op blije toon: “Eerlijk waar? Wat een fantastische regeling is dat!” Ze wreef haar handen: “Nou, dat is dan afgesproken. Kom je mij dan vanavond om, zeg, een uur of acht ophalen?”

Jolian stemde toe, en vertrok vrolijk fluitend naar zijn bak, om wederom een lading staaldraden te halen. Rob zei: “Wel een aardige vent.” Ati knikte. Rob vervolgde: “Weet je nog dat ik het had over bepaalde technische hulpmiddelen? Ati fronste en zei: “Natuurlijk, maar ik heb er alleen nog steeds geen idee van wat je daarmee bedoelde.”  Rob antwoordde: “Dat maakt niet uit, want dat zie je snel genoeg. Nu we vanavond al naar een casino gaan wil ik graag nog eerst een ideetje uitproberen en wat voorbereidingen treffen. Weet jij toevallig een electronica winkel te vinden?”

 

 

4.

 

Stipt om acht uur, landde Jolian zijn luchtwagen op een leeg terreintje vlak voor de woontrailer van Ati. Jolian was opgewonden. Het vooruitzicht van een avondje uit met Ati alleen: dat was gewoonweg geweldig! Hij stapte uit de wagen en een momentje later klopte Jolian op de deur van de woontrailer. Het was een donkere en heldere avond.

Jolian keek even op naar de hemel. De Perseus Arm was duidelijk zichtbaar, en clusters van blauwe en gele sterhopen, afgewisseld met gas en stofwolken, vormde een facinerend gezicht. Jolian was daar uiteraard aan gewend geraakt, maar niet zelden werden toeristen vaak overmand door zulke fraaie vergezichten. Nu was het toch Jolian’s beurt om overmand te worden. Een ogenblikje later namelijk, opende Ati de deur. Jolian hapte naar adem. Dit had hij niet verwacht! Daar stond het allerbetoverendste wezentje wat Jolian ooit gezien had. Het was werkelijk niet te geloven! Ati had haar gezicht in blauw-grijze tinten opgemaakt, met een paar uiterst subtiele gouden veegjes rond haar ogen. Haar paars-blauwe haarbos was heel licht versierd met kleine zilverkleurige bloemetjes, en ze droeg een nauw sluitend blauw-paarse sarong die op haar knieen eindigde, en haar superslanke figuur geweldig deed uitkomen. Ten overvloede beklemtoonde een gouden sjerp, haar smalle middel. Het fabelachtige uiterlijk werd helemaal versterkt doordat er twee kleine metalen ornamentjes aan haar oren bevestigd waren, die heel guitig schuin omhoog staken.

Ati giechelde wat om het verblufte gezicht van Jolian, en zei: “Nou ben je er klaar voor? We zullen die casino’s eens een poepje laten ruiken.”  Nu wendde ze haar hoofd naar de woonkamer en riep: “Rob, kom je ook?”  Jolian was nog steeds wat in vervoering, maar langzamerhand drong het toch tot hem door. Hij wist hees uit te brengen: “Ati, we nemen die rare taalrobot toch niet mee?”

Ati zwaaide met haar linkerhand ten teken dat het niet van belang was. Ze zei op luchtige toon: “Ach, daar hebben we helemaal geen last van joh! Die gaat wel ergens aan een tafeltje hangen. Goed beschouwd zijn we feitelijk gewoon met z’n tweetjes.”

Ati liep naar buiten, richting luchtwagen, vrijwel direkt gevolg door Rob.

Jolian zag Rob lopen, en tot zijn onuitsprekelijke verbazing droeg Rob een pruik en had hij een zonnebril op. Rob haalde zijn schouders op. Het stond wel vast dat die taalrobot een rare snoeshaan was. Jolian besloot op pragmatische wijze, dat het gezelschap van een taalrobot, of hij nu gek was of niet, eigenlijk maar weinig roet in het eten kon gooien.

 

Eenmaal opgestegen, zette Jolian koers naar het zuiden. De luchtwagen vloog over de oude stadskern van Rosshaven, en vloog toen over de buitenwijken van Rosshaven Zuid. Na een korte wijle, vloog de luchtwagen over een woud, en na een poosje werd een verlicht complex zichtbaar.  Jolian zei: “Kijk, daar is een leuk party centrum, bomvol met restaurants, sauna’s, en casino’s, en noem het maar op. Daar gaan we heen”  Rob zag het complex ook, en graafde een grappige annekdote uit zijn geheugen op. Hij zei: “Ah ja! Dat complex draagt de naam De Fontijn van Goud. Het is nog redelijk nieuw. Maar ik weet er een leuk verhaaltje over te vertellen. Een week of vier geleden, of was het nu vijf? Nouja doet er niet toe.” Rob kuchtte en keek verontschuldigend naar zijn vrienden, en zei: “Ja, ik schijn een paar slechte circuits te hebben, en die spelen me soms parten. Nu ja. Om het verhaal te vervolgen: Een paar weken geleden was de directeur, Royhas heet hij, samen met een tweetal bestuursleden, Diederik en Arno, aan het genieten in hun sauna.

Zijn ze daar toch brutaal beroofd door een één of ander klein snolletje! Niet te geloven! Een grietje nog maar! Ik heb die Royhaz nog nooit zo woest gezien! Gewoon in zijn eigen pand, beroofd door een klein grietje, terwijl hij en zijn collega’s in de sauna in hun nakie stonden! Haha! Wat een vernedering moet dat zijn geweest. Het verhaal gaat dat het loeder, toen ze wegrende, gewoon door een glazen deur is gesprongen, en toen het woud in is gesprint.

Ja, en toen was ze weg natuurlijk! Ik hoor hem het nog zeggen, dat mocht hij dat loeder toevalligerwijs ooit nog tegenkomen, dat hij er dan persoonlijk op toe zal zien dat ze voor jaren achter tralies gaat.” 

Ati was ietwat nerveus geworden door het verhaal van Rob, en klopte Jolian op zijn schouder. Jolian keek haar vragend aan. Ati zei: “Nou, ik vind dat gebouw er maar onpersoonlijk uitzien hoor. Het lijkt wel een betonnen gevangenis. Kunnen we niet een gezellig casino in de stad opzoeken? Op de grote mark zullen er toch wel een paar zijn?”

Rob zei: “Maar de faciliteiten van de De Fontijn van Goud  zijn  uitstekend hoor! Ik ken het goed! We kunnen zelfs Royhas opzoeken die ons dan wel zal helpen bij het zoeken van een goede tafel. Weet je zeker dat je ergens anders heen wilt gaan?” Ati knikte op een zeer besliste wijze. Jolian zei: “Ik vind het best hoor. Dan zetten we toch gewoon weer koers naar het centrum.” Tot grote opluchting van Ati, draaide Jolian aan de stuurknuppel, en de luchtwagen keerde terug naar de oude stadskern.

 

Jolian wist zijn luchtwagen, ondanks de drukte, vlak bij de Grote Markt te parkeren. Het gezelschap was inmiddels te voet op weg naar de “Rollende Credit”, één van de oudste en bekenste casino’s van Rosshaven. Ati was opgewonden. Ze had al veel spelletjes ‘zwarthanden’ met Rob achter de rug. Ook was het waar dat Rob haar ontzettend veel geleerd had. Volgens Rob, had ze een respectabel niveau bereikt. Maar nu zou ze haar kennis voor het eerst in een echt casino in praktijk brengen. De ‘Rollende Credit’ was een statig gebouw aan de noordzijde van het plein. Een brede trap leidde naar een sjieke ingang. Op de trap draaide Ati zich met een stralend gezichtje tot haar vrienden en sprak opgetogen: “O jongens. Was is dit heerlijk zeg! Een echt casino.”  Jolian vond het prachtig dat Ati zo enthousiast was. Rob bleef er kennelijk tamelijk nuchter onder. Eenmaal binnen zagen de vrienden dat het er een drukte van belang was. Er was een verbazingwekkend grote ronde hal. Hier konden gasten een hapje eten of van een drankje genieten. Veel mannelijke gasten konden het niet nalaten om even een goedkeurende blik op Ati te richten. De dames daarentegen, waren niet bestand tegen het fabelachtige uiterlijk van Ati, en probeerden Ati uitdrukkelijk te negeren. Ati zelf had daar niets van in de gaten, want ze was deerlijk geimponeerd door het statige karakter van de hal. Een enorme kristallen kroonluchter hing aan het plafond, en fantastisch fraai besneden houtpanelen sierden de wanden. Voorts waren er een aantal boogopeningen die toegang boden tot verschillende zalen. Ati zag een forse zaal met roulette tafels, een zaal met slotmachines, een zaal met haar onbekende machines, en tenslotte een zaal waar kennelijk aan verschillende tafeltjes gekaart werd.

Rob keek naar Ati, en zijn gezicht toonde een grijns. Hij klopte op zijn oren, en direkt hierop frunnekte Ati wat aan haar oorversierselen. Rob wees naar de zaal waar gekaart werd en zei: “Zullen we dan maar?”

 

Rob wees naar veschillende tafels, terwijl hij tegen Ati en Jolian sprak. “Ziedaar! De brons gekleurde tafels behoren tot klasse C, de zilverkleurige tot de B klasse, en de goudkleurige tafels, tot slot, die behoren tot de A klasse. Ati wees naar een bepaalde klasse B tafel en zei: “Hé, daar zitten nog maar drie spelers. Zullen we daar aanzitten?” Jolian produceerde een zuur gezicht, en antwoordde: “Zullen we eerst maar eens een klasse C proberen? Denk nog maar eens aan de minimale inleg. Bij een tafel der B klasse, kun je werkelijk heel snel arm worden!” Nu vond Rob een geschikte tafel. Dit was een Klasse C tafel, die op dat moment nog maar met vier spelers bezet was. Jolian en Ati konden gemakkelijk aanschuiven. Een heer in een net kostuum, de zogenoemde Dealer, zat aan de rechterflank, en speelde de bank. Jolian zag nu dat de Dealer een robot was die opmerkelijk veel gelijkenis met Rob vertoonde. Jolian stootte Ati aan en zei: “Moet je zien. Dat is toch net Rob!” Ati wendde voor alsof ze dat nu ook pas voor het eerst zag, en zei: “Hé ja, nou je het zegt!” Toevallig was op dat moment het vorige potje afgelopen, en een dikke man van middelbare leeftijd had tweehonderd credits gewonnen, minus 20 credits commissie voor de bank. Glunderend keek de dikke man om zich heen. De Dealer riep: “Opnieuw inleggen alstublieft. Vijftig credits graag! Vijftig credits!”  De spelers wierpen allen vijftig credits in de pot. Jolian betaalde voor hemzelf en voor Ati. Vakkundig wierp de Dealer een ieder zes kaarten toe. Ati pakte haar kaarten. Ze had een Boer, een Vrouw, een Harten tien, en verder wat kaarten van mindere rang. Ati kocht een Boer, wierp een Ruiten drie weg naar de vrije kaarten, en Jolian moest daarvoor dertig credits ophoesten. Jolian nam zich voor om hooguit twee potjes te spelen, want de kosten moesten in de hand gehouden worden. Toevallig viel zijn oog op Rob, die een eindje verderop, op een gastenstoel zat. Rob zat zachtjes in zichzelf te praten. Jolian wist het nu zeker: die taalrobot was echt gestoord. Na een paar beurtrondes probeerde de dikke man weer een “zwarte hand”. Ditmaal had hij geen geluk, en moest hij de inhoud van de pot verdubbelen. Kreunend van spijt voldeed de man zijn plicht, en moest hij vervolgens uit dit potje stappen. Jolian hoorde nu Ati met alle macht de zwarte hand uitroepen.  Nerveus keek hij opzij naar Ati, die alleen maar grijnzend als een wolf haar handen zat te wrijven. Iedereen moest nu zijn kaarten blootleggen, en al spoedig bleek dat Ati de beste hand met kaarten had. De Dealer schoof de pot naar Ati, die de pot met een gilletje van geluk omkeerde. De Dealer schoof de lege pot weer naar het midden van de tafel. Jolian zei: “Knap gespeeld hoor! Maar misschien heb je ook wel een beetje geluk gehad. Hoe dan ook: je hebt aardig wat duiten binnengehaald. Zullen we nu stoppen, en gaan dansen?”

Ati schudde lachend van nee. Ze zei opgetogen: “Nee joh. Vanavond hebben het geluk aan onze zijde. Je zult het zien!”              

Er werden nog een drietal potjes gespeeld, die alle drie wederom door Ati gewonnen werden. Jolian kon het nauwelijks geloven. Met een gelukzalige blik schoof Ati haar gewonnen credits naar zich toe. Er lag voor haar op tafel, zeker al iets van zo’n negentienhonderd credits, in contanten op een stapeltje bijeen geveegd. Jolian zag dat Ati plotseling een donkere blik kreeg. Hij hoorde haar schijnbaar tegen de lucht zeggen: “Stoppen? Nu al?”  In de verte zag Jolian dat ook de taalrobot in zichzelf stond te praten. Met een trieste blik richtte Ati zich tot Jolian: “Ja, we kunnen nu beter stoppen.”.

 

Korte tijd later stond het gezelschap weer op de Grote Markt. Ati schoot Rob aan en zei op bitse toon: “Waarom moest ik zo vroeg al stoppen? We hadden beslist nog wel een paar potjes kunnen doen, voordat ze wat in de gaten zouden krijgen.” Rob bleef er kalm bij. Hij zei: “Daar ben ik nog niet zo zeker van. De monitors zien alles! Vergeet niet dat ik er zelf gewerkt heb, en weet hoe het systeem in elkaar zit. Maar niet getreurd! Een kleine honderd meter om de hoek, staat het casino “De Uitpuilende Pot”. Ati was meteen weer in een goede stemming en riep: “Ja! Laten we daar gaan kijken!”  

Jolian probeerde nog: “Ja maar Ati… We zouden nu toch gaan dansen? Ati keek Jolian aan en gaf hem een vette knipoog. Ze antwoordde: “Ja, dat doen we zo wel. Maar we gaan eerst nog wat credits scoren! Kom mee. Je zult verbaasd staan.”

In de “Uitpuilende Pot” was het wat minder druk, maar wel zelfs nog wat chiquer ingericht dan de “Rollende Credit”. In de kaartzaal wees Rob naar een geschikte klasse C tafel, maar tot ontzetting van Jolian, was Ati al bij een klasse A tafel aangeschoven. Ook Rob schudde zijn hoofd. Aan die klasse A tafel zaten reeds een vijftal mannen. Deze spelers waren van een geheel ander kaliber. Jolian zag een paar forse, en ongetwijfeld harde mannen zitten, die kennelijk een groep vormde. Er zat ook een enorme kerel aan die tafel die Rob herkende als “Bonk”.  Rob zei: “Bonk heeft zijn bijnaam te danken door het akelige typerende geluid wat je horen kunt, als hij geïrriteerd is, en een valspeler een dreun verkoopt. In zo’n situatie kun je maar beter niet in zijn buurt staan.” Jolian knikte en hij kon zich er wel iets bij voorstellen. Rob vervolgde: “Kijk eens hoe ze met open mond naar Ati loeren!  Zo’n betoverend meisje hebben ze natuurlijk nog nooit aan hun tafel te gast gehad.” Jolian jammerde: “Dit zijn keiharde jongens. Als het nu maar geen financieel fiasco wordt.”  Rob knikte, en antwoordde: “Precies, daarom ga ik nu even mijn werk doen. Ik ga nu verderop zitten. Kom niet met mij mee.” Jolian had er geen idee van wat Rob daarmee bedoelde. Hij zag dat Rob verderop in een schemerig hoekje ging zitten.

Inmiddels had Ati haar medespelers vriendelijk toegelachen, en de voorgeschreven duizend credits in de pot gegooid. Het spel begon. Het verliep in een veel hoger tempo dan wat Ati gezien had in de “Rollende Credit”. De spelers hielden elkaar goed in de gaten, en onophoudelijk werden kaarten gekocht, dan wel weggeworpen naar de stapel vrije kaarten. Ati luisterde scherp naar wat Rob te zeggen had in haar oortelefoon. Rob fluisterde: “Pas op: die gladde jongen tegenover je heeft nu drie Boeren en een Heer. Koop nu snel een Aas!” Hierop kocht Ati direct een Aas, wat haar driehonderd credits kostte. Een momentje later hoorde ze de stem van Rob in haar microfoon sissen: “Als die grote vent nu niets koopt,  ga jij voor zwarthanden!”.  Bonk, die aan de beurt was, bleek geen kaart te willen kopen. Ati riep toen direct uit volle borst het “zwarthanden” protocol uit.  De mannen aan tafel keken verbijsterend op. Nu moest iedereen zijn kaarten blootleggen. Ati bleek de beste hand met kaarten te hebben. Ze begon onbedaarlijk te lachen toen de Dealer de pot naar haar toeschoof, en ze een moment later ruim zevenduizend credits voor haar zag liggen. De medespelers keken scherp, en met ontzag naar Ati. Wat hun eerst een knap schoolmeisje had geleken die de weg kwijt was, bleek of ongelofelijk veel geluk te hebben, of was een formidabele speelster in een onschuldige vermomming. Rob fluisterde in haar oormicrofoon: “Sta op, geef een vriendelijke groet, en ga dan meteen weg!”  Ati negeerde het advies van Rob. Ze dacht: “De pot op! Één spelletje moet nog wel kunnen.”  Het tweede rondje begon. Nu hielden de spelers niet alleen elkaar, maar ook Ati scherp in de gaten. Op advies van Rob, kocht Ati een Ruiten Heer. Bonk was aan de beurt. Hij kocht een Schoppen Aas. Ati zag dat hij aarzelde, en weifelend naar zijn kaarten keek. “Stond hij op het punt om zwarthanden te roepen?”, dacht Ati verschrikt. Bonk deed het gelukkig niet. Nu was Ati aan de beurt. Ze kocht nog een Heer, en meteen daarop gilde ze “zwarthanden”. Gelukkig bleek zij weer de beste hand met kaarten te hebben. De stem van Rob sprak op smekende toon in haar oormicrofoon: “Nu wel echt weggaan. Alsjeblieft!”.

Ati greep haar geld, knikte vriendelijk naar haar medespelers en stond op. Bonk stond ook op, en gaf Ati een respecterend hoofdknikje. Ati liep toen weg, en haar medespelers stonden haar verbluft na te gapen. 

Eenmaal buiten zei Jolian tegen Ati: “Ik begrijp er niets van! Wat heb je gescoord? Iets van vijftienduizend credits? Dat is in een uurtje zo’n beetje een heel jaarsalaris!” 

Rob gaapte, en zei tegen Jolian: “We zijn een beetje moe. Ati en ik gaan naar huis. Maak je verder geen zorgen, we nemen wel een taxi.”     

 

 

5.

 

Een paar dagen later, op een warme en zonovergoten ochtend, liep Ati in haar eentje te wandelen in het nabij gelegen woud. Rob was in haar woontrailer gebleven: Rob was nu eenmaal niet zo’n wandelaar, wist Ati. Ati was behoorlijk aan het piekeren. Na een poosje kwam ze uit bij een meertje. Dit terrein kende ze goed, en hier kwam ze wel vaker als ze rustig wilde nadenken. Het was een fantastisch plekje, vond Ati. Ze ging op een grote kei zitten, en kon zo heerlijk over het meertje uitkijken. Ze dacht na. Ze hadden in de casino’s zo goed kunnen scoren, doordat Rob nog steeds kon inloggen bij de scan- en monitor computers. Hij was immers ook Dealer geweest, en men had zijn account klaarblijkelijk nog niet opgeruimd. Rob weet dat aan zijn hele specifieke afvloeiing procedure. Onlangs had iemand geconstateerd dat Rob kennelijk niet meer geheel volgens het protocol werkte, en het casino had hem van de hand gedaan. Maar normaal gesproken, of eigenlijk altijd, werd een complete verouderde generatie robots bij de leverancier weer ingewisseld voor een nieuwe generatie. In een soort batch, werden dan alle accounts opgefrist.

Rob vermoedde dat in zijn speciale geval, men vergeten was om het account op te ruimen. Puur geluk dus. Verder was het alleen nog maar een kwestie van simpele techniek geweest: Via een minuscuul microfoontje welke in een ornamentje verborgen zat  (en aan haar oren was bevestigd), had Rob precies kunnen vertellen wat de kaarten van het tegenstanders waren geweest. Dat was de gouden sleutel geweest tot het succes. Maar Rob was zeer voorzichtig. En volgens Ati te voorzichtig.

Ati wilde namelijk dolgraag iedere avond de Casino’s afstruinen, maar Rob had op de rem getrapt. Volgens hem zouden ze dan te snel opvallen, en de risico’s waren volgens hem gewoon veel te groot. Ati had haar best gedaan, maar het was haar simpelweg niet gelukt om de robot om te praten. Nu wilde Rob maar liefst twee weken wachten voordat het casino bezoek weer op gang kon komen. Ati zuchtte. Nou ja, er lag inmiddels in haar trailer wel het lieve bedrag van 33.000 credits, te danken aan Rob.

Dat was uiteraard niet gek. Maar Ati had dat bedrag in de komende dagen met gemak kunnen oprekken tot een tonnetje. Maar ja, Rob wilde niet meewerken.  Ati dacht: “Wat was het toch een apart figuur. Heel anders eigenlijk, dat wat ze bij andere robots en droids ervaren had. Was dat soms te wijten aan dat stel defecte circuits?” Ati wist het niet. Maar ze mocht Rob graag. Héél graag eigenlijk. Tot voor een maandje geleden, was ze niet meer geweest dan een kruimeldiefje. Nu deed ze toch het serieuze werk. Alweer besefte Ati dat haar carrière sprong te danken was aan niemand minder dan Rob. Ati zuchtte nogmaals, en gooide een klein keitje in het water. Ze keek een poosje naar de concentrische rimpels die bleven uitdijen. “Stilstand is achteruit lopen”, dacht Ati plotseling. “Ik blijf nu toch echt niet twee weken op mijn gat zitten. Ik moet wat doen!” Ze sprong van de kei en liep weer terug naar het kamp.

 

Weer terug in haar woontrailer, zag ze dat Rob niet aanwezig was. Misschien was hij bij de kiosk wel een krantje aan het kopen, want dat deed hij wel vaker. Ati zette de televisie aan, en zat zo een poosje te kijken. De uren kropen voorbij. Het was nu al twee uur in de middag. Ati begon zich werkelijk zorgen te maken. Ze dacht: “Ik kwam om elf uur weer terug van mijn wandelingetje, en nu is het al twee uur! Waar kon Rob toch zijn?” Het werd drie uur. Plotseling werd Ati paniekerig. Ze sprintte naar haar slaapkamer, graaide onder haar bed, en haalde een klein koffertje tevoorschijn. Nerveus maakte ze het open. Ze slaakte een zucht van verlichting: de 33.000 credits zaten er nog gewoon in. Ati staarde voor zich uit. Het geld was er nog. Maar Rob was weg! Had hij soms zo’n medelijden met Ati gehad dat hij dit geld dan maar had laten liggen? Maar zo’n zielig meisje was Ati toch niet? Maar wie zou er nu zoveel credits laten liggen? Het gezicht van Ati vertrok. Maar stel nu eens dat hij nu zelf de casino’s aan het afstropen was? En dus nu zelf in zijn eentje fortuinen aan het verdienen was?  Ati borg haar gezicht in haar handen en dacht verslagen: “Dat kon toch niet waar zijn?”

Op dat moment ging de deur open, en stapte Rob de trailer binnen. Ati vloog hem onmiddellijk om de hals. Rob zei verbaasd: “Ho,ho, ho.. nou, nou….anders ben je nooit zo aanhankelijk!” Ati lachte, en zei opgelucht: “Je hebt gelijk hoor! Ik heb nagedacht. We moeten gewoon nog even een week of twee de zaak rust gunnen, alvorens we weer voorzichtig bij de casino’s op bezoek kunnen gaan!”  Rob knikte, en antwoordde: “Precies! Dat klopt! Tenminste, voor casino’s klopt dat. Maar niet noodzakelijkerwijs voor andere evenementen.” Ati keek met grote stuiters naar Rob, en vroeg: ”Hoe bedoel je dat nou?”

Rob antwoordde: “Wel, toen jij weg was zat ik hier vanmorgen wat te prakkezeren, en ik kwam er achter dat ik er toch geen trek had om hier twee weken nutteloos rond te hangen. Ik dacht: ik ga eens bij wat oud collega’s buurten. Misschien zou ik er wel wat inspiratie kunnen opdoen. En jawel hoor! Ik heb een hele tijd met de jongens gesproken en ik ben zeer veel te weten gekomen!” Rob moest even lachen om de nieuwsgierige uitdrukking op Ati’s gezicht. Rob vervolgde zijn verhaal: “Één van mijn collega’s in de Rollende Credit, vertelde me dat er over vier dagen, de 21ste jorg, hier in Rosshaven in de Wolterbergzaal een  belangrijke competitie plaatsvindt. Nou, dat wisten we natuurlijk al, maar nu had ik ook nieuwe informatie. Toen heb ik het een en ander op een rijtje gezet, en het lijkt mij een levensvatbare mogelijkheid” 

Ten tweede male vloog Ati Rob om zijn hals. Ze was dolgelukkig. Ati keek Rob aan en vroeg: “Dus we gaan naar dat toernament?”  Rob zei: “Als je ermee instemt, dan wel! Maar let op! Het inschrijfgeld bedraagt maar liefst 10.000 credits!”  Ati wuifde met haar handen, en zei: “Dat zij dan maar zo. Dat zal wel onvermijdelijk zijn.” Rob nam het woord weer. Hij zei: “Het mooiste komt nog. De Rollende Credit hier in Roshaven, is niet een zelfstandig bedrijf. Het is maar een onderdeeltje van een hele grote firma, namelijk Fantastic Credits, welke het hoofdkantoor houdt in Parijs, op Aarde. Fantastic Credits exploiteert bijna vijfhonderd casino’s verspreid over de gehele Federatie. Het bedrijf verzorgt ook het toernament hier in Rosshaven. En toen had ik de oplossing!” Ati keek Rob met ontzag aan. Rob toonde nu een hele brede grijns: “En weet je wat ik bedoel Ati? Nee? Nou, ik ben nog steeds een gecertificeerd Dealer, althans voor zover het dat monitoring computer netwerk van Fantastic betreft. Hele goede kans dat ons truukje op het toernament ook gaat werken!” Nu gaf Ati een gilletje van geluk. Rob zei: “Ik ga vanavond eerst voor ons beiden een paar valse id cards laten aanmaken. Die zullen we wel nodig hebben. Gelukkig sterft het in Rosshaven van de boeven, en ik weet al precies waar ik zijn moet.”

 

Op de avond van de 21ste jorg, wandelde Rob en Ati op hun gemakje naar de Wolterbergzaal. Deze lag ongeveer vierhonderd meter noordelijker van de Grote Markt, in een dure zakenwijk. Het was een zwoele zomeravond. Ati was gespannen. Ze wist dat het deze keer om tonnen, en mogelijk zelfs om miljoenen credits zou kunnen gaan! Het hing er allemaal maar net vanaf hoe er werd ingezet, wie er op het toernament verschijnen zou, en hoe de spelen zouden verlopen.Verwacht mocht worden, dat er vele topspelers zouden komen, uit alle hoeken van de Federatie. Rob zei: “Je weet het dus hè? Ik zal vrijwel zeker  naar de tribune worden gestuurd. Hoe me dus goed in de gaten! Als ik op het netwerk kan inloggen, krijg ik vreselijke een hoestbui, en is alles in orde!” Ati knikte. Dit was haar allang bekend. Ze vroeg zich af waarom Rob dit nu al voor de zoveelste keer herhaald had. Was hij soms ook nerveus?

Ati droeg deze avond een eenvoudig paarskleurig shirtje, en een kort paars rokje. Haar lange benen droegen  paarskleurige panty’s, en tezamen met kniehoge zwarte laarsjes, maakte dit Ati wederom tot een uiterst begerenswaardig schepseltje, met een ongekend sensuele uitstraling. Rob grinnikte. Hij wist wel beter. Als er ergens een vrouwelijke geldwolf rondliep zonder scrupules, dan was het wel hier, aan zijn zijde.

Het was erg druk bij de Wolterbergzaal. Er waren letterlijk honderden toeschouwers, en Ati vermoedde dat de Wolterbergzaal wel afgeladen vol zou zijn. Ook zag Ati verschillende cameraploegen. Deze waren uit de gehele Federatie gekomen, en zouden dit spannende evenement rechtstreeks uitzenden.  

Rob en Ati konden gebruik maken van de spelers ingang. Een Moderator ving hen op, en hier scheidde hun wegen: Rob vertrok naar de publieke tribune, en Ati werd ingedeeld aan tafel drie. Ati zag dat er slechts een viertal tafels in het midden van de zaal waren geplaatst. Aan iedere tafel zouden vier spelers komen te zitten. “Dus maar zestien man in totaal.”, dacht Ati. Ze keek rond, en zag aan tafel twee de enige andere vrouw zitten. Het was een grofgebouwd schepsel, en het mens zat Ati uitermate onvriendelijk aan te staren. Ati hoopte vurig dat zij als eerste uit het spel gekeild zou worden. Ati was blijkbaar als één na laatste gearriveerd. Er moest nog één speler komen. Daar kwam hij al aanzetten. Een enorme kerel stampte door de zaal. Gejuich steeg op vanuit de tribune. Kennelijk was hij mateloos populair.  Ati herkende de laatste deelnemer als Bonk. Ze had nog tegen hem gespeeld in “De Uitpuilende Pot”. Bonk nam plaats aan tafel vier.

Een zwevende kamera vloog door de zaal, en nam van iedere speler even een close-up. De kamera zweefde toen naar Ati, en bleef daar opmerkelijk lang rondhangen. Ati zag dat een aantal commentatoren druk naar Ati wezen, en kennelijk was zij het onderwerp van een langdurige beschouwing. Eigenlijk beviel dit Ati allerminst.

In het kamp zaten Sammy en Sol Ludwig tv te kijken. Ome Nejus was er ook, maar die was kort tevoren even naar de keuken vertrokken om een paar biertjes te halen. Op het scherm verscheen het gezicht van Ati, en de kamera zweefde een poosje om haar heen zodat ze vanuit alle mogelijke posities te zien was. Sol Ludwig liet met een verbluft gezicht een broodje uit zijn handen vallen. Sammy was minstens zo verbijsterd. Was dat niet Ati die daar zat? Onvoorstelbaar! Sammy vond het een dijenkletser. Hij riep: “Nejus, kom snel! Dit zal je niet geloven!”

 

Een paar kilometer verderop, in het partycentrum “De Fontijn van Goud” zaten Royhas, Arno, en Diederik ook televisie te kijken. Toen verscheen Ati uitgebreid in beeld.

Diederik sprak met ontzag: “Hemeltjelief. Moet je zien! Wat een engeltje tussen al die brute apen!”  Arno knikte ook met grote geestdrift.

Alleen Royhas werd plots rood van woede. Hij stikte bijna! Daar zat doodgemoedereerd het loeder wat hem een paar maanden terug in zijn eigen pand beroofd had. Royhas stond op, liep woest naar een kast, en pakte een pulspistool uit een la. Arno en Diederik keken vragend op. Royhas zei niets. Hij wenkte zijn maten om hem te volgen. 

 

De spelen namen een aanvang. De Dealer aan haar tafeltje wierp iedere speler zes kaarten toe. Ati dacht wanhopig: “Waar bleef toch de hoestbui van Rob? Was het hem dan niet gelukt om in het netwerk in te loggen?” Ze had Rob al een hele tijd in de gaten gehouden. Het was een vreemd gezicht geweest. Hij scheen de enige toeschouwer te zijn die in een diepe meditatie verzonken leek te zijn. Plotseling begon Rob hard te hoesten en te rochelen. Zijn buren op de tribune keken ongelofelijk vies, en probeerden wat op te schuiven.

Ati voelde een enorme opluchting. Daar klonk de zachte stem van Rob in haar microfoontje: “Sorry Ati, het was deze keer wat lastiger. Oké, ik heb alle kaarten in beeld van je opponenten! Haha! Mep ze maar van je tafel.”

Het spel verliep voorspoedig voor Ati. Wonderwel had zij achterelkaar steeds de beste kaarten, en wist altijd op het juiste moment “zwarthanden” te roepen. Haar pot bevatte nu iets van 400.000 credits! Nerveus wiebelde Ati op haar stoel. Bij de drie andere drie tafels was het nog niet beslecht. Toen was het ook gebeurd bij tafel vier. Bonk bleek de winnaar te zijn. Hij keek triomfantelijk om zich heen, pakte zijn pot, en gaf een ijselijke vreugdekreet. Ati was benieuwd wat is zijn pot zou zitten. Ze zou daar wel spoedig achter komen. Enkele minuten later was het ook gedaan bij tafeltje twee. Tot ongenoegen van Ati, had de lelijke vrouw gewonnen. De vrouw jubelde en zwaaide wild met haar armen, terwijl haar opponenten teleurgesteld afdropen. Toen werd ze rustig, en ging ze wederom met een zeer nare blik naar Ati zitten staren. Ati werd er niet goed van: wat moest dat nare mens toch? Nog een minuut later waren de zaken ook afgerond bij tafel één. De winnaar was een rustige man met een Aards oosters uiterlijk.

 

Ati zag dat de commentatoren wederom naar haar keken, en druk in een microfoon aan het babbelen waren. Ook de kamera’s waren wederom op Ati gericht.  Kennelijk had niemand verwacht dat het meisje de eerste ronde zou overleven.

De Moderator klom op een podium en feliciteerde de winnaars. Toen verzocht hij de vier overgebleven kaartspelers om plaats te nemen aan tafel één. Ati, Bonk, en de lelijke vrouw, stonden op en wandelde naar tafeltje één.

De Moderator verklaarde het spel voor geopend, en de Dealer wierp de vier overgebleven spelers, ieder een zestal kaarten toe. Ati dacht woest: “Wat er ook gebeurt, dat afschuwelijke en lelijke kreng speel ik er als eerste uit.”  Het tempo lag moordend hoog. Kaarten werden gekocht, en even snel weer naar de vrije kaarten geworpen. Ondanks het feit dat Rob een robot was, had hij toch moeite om in dit tempo de informatie te ordenen en Ati te informeren. Ati hoorde: “Koop nu een Boer! Nee wacht! Koop een Heer!” Een paar seconden later was het: “Ja nu zwarthanden! Nee stop! Die lelijke vrouw heeft te veel Azen”. Bij Ati was de spanning te snijden. Kon Rob dit hoge tempo volhouden? Toen hoorde Ati in haar oor: “Nu! Koop een Aas. Ja Nu! Zwarthanden!” Ati gilde zwarthanden, en de spelers moesten hun kaarten blootleggen. Tot Ati’s opluchting lag de lelijke vrouw eruit, evenals de rustige Aardman. De tribune joelde, en men klapte met de handen of stampten met de voeten.

De Moderator telde razendsnel de credits in de pot, en deed het geld weer terug. Hij klom op het podium, en pakte een microfoon.

Hij sprak met verve: “Dames en Heren. Wat een spannende wedstrijd! Wat een onverwachte finale! Had iemand dit ooit kunnen denken? Het blijkt nu dan te gaan tussen Bonk en de schone jongedame….. Ati Pynthi!”

De Moderator liet nu rustig zijn blik over de tribune gaan. Toen zei hij: “En de inhoud van de prijzenpot bedraagt….. Vijf miljoen credits!”  Wederom steeg een luid gejoeld op vanuit de tribune met toeschouwers.

De Moderator zei: “Laat het laatste spel aanvangen!”

 

Met zijn vierkante kop, keek Bonk scherp naar Ati. En Ati loerde met fonkelende ogen even hard terug. In haar geest kookte het: “Vijf miljoen credits! Vijf miljoen credits! Nooit meer sappelen! Nooit en nooit en nooit meer sappelen! Ik kan nu totaal binnen lopen!”

Bonk keek met uiterste belangstelling naar Ati’s gezicht. Zag hij nu werkelijk dat haar grijs blauwe ogen, paarse vonkjes wegschoten? Wat raar!

Toen ontstond er bovenaan de zaal een tumult. Een grote dikke vent, met een tweetal kornuiten, denderden de trap af, en stofen naar de spelerstafel. Royhas stond toen voor Ati, die verschrikt inelkaar kromp. Royhas wees naar Ati en schreeuwde buiten zichzelf: “Dit wijf is crimineel! Twee maanden geleden heeft zij mijn casino beroofd en daarvoor moet zij boeten! Hierbij doe ik een burgerarrest en draag dit afschuwelijke monster over aan de Gendarmerie!”

Bonk was enorm geïrriteerd. Wat was dat voor een malle verstoring van zijn spel. Hij stond op, gaf Royhas een enorme dreun die daarop direct inelkaar zeeg. Arno en Diederik kwamen in actie. Maar Bonk was sneller. Hij greep Arno bij zijn kladden, zwaaide hem boven zijn hoofd, en kwakte hem enkele meters verderop tegen een muur. Ook Arno was uitgeteld. Diederik had eieren voor zijn geld gekozen, en was uiterst atletisch de trap weer opgerend. Bovenin, raasde hij door een toegangsdeur, en was verdwenen.

De zaal joelde en klapte om dit fenomenale macho vertoon van Bonk. Hij wenkte Ati dat ze gewoon weer rustig kon gaan zitten.

Het spel begon, en de toeschouwers op de tribune, alswel miljoenen, of mogelijk miljarden televisie kijkers, zaten op het puntje van hun zetel en hielden de adem in. Bonk en Ati gingen gelijk op. Schattend, loerend, hijgend en kreunend werden door beide spelers, talloze kaarten gekocht en weer weggeworpen. Wie durfde als eerste zwarthanden te roepen? Het moment moest nu wel nabij zijn. Maar de risico’s waren enorm. Ati nam nu een teug lucht, maar Bonk was eerder. Hij schalde met zijn zware stem “zwarthanden”, en trillend gooide Ati haar kaarten bloot. Wat had Bonk? Haar wereld stortte finaal ineen toen bleek dat Bonk precies één  puntje meer had. Één verschrikkelijk lullig puntje!

Bonk zat grijnzend naar Ati te kijken. Ati gleed heel langzaam van haar stoel. Ze kon de tranen niet bedwingen, en ze begon hartverscheurend te janken. Uiteindelijk zat ze met haar knieën op de grond, en haar kin rustte op de tafel. Nog steeds kon ze haar verlies niet verwerken en huilde maar door. Dit werkte zo emotioneel in op de tribune, dat alle toeschouwers uit volle borst schreeuwde “Ati! Ati! Ati! Ati” Het kabaal stopte niet.

Toen deed Bonk iets opmerkelijks. Lachend pakte hij de stapel van vijf miljoen credits, deelde deze in twee gelijke stapeltjes, en schoof één helft naar Ati. Hij positioneerde de stapel precies onder haar neus. Bonk pakte toen zijn helft, maakte een buiging naar het publiek. Hij liep toen rond de tafel, en gaf Ati een schouderklopje. Toen verliet hij, onder een donderend applaus van de tribune, de zaal.

 

Rob denderde de trap af. Ati had totaal niets gemerkt van wat er allemaal in de laatste paar minuten gebeurd was, en zat nog steeds in dezelfde positie. Ze voelde zich totaal miserabel. Rob hees Ati overeind. Rob merkte dat Ati zo slap was als een natte theedoek. Ze hing letterlijk in zijn armen. Met moeite draaide ze haar gezicht naar Rob en sprak gelaten: “Ik heb het verknald! Ik ga nu weg. Ik maak mezelf van kant !”

Rob lachte: “Nee gekkie! Je bent nu gewoon stinkend rijk! Ja rijk! Kijk dan nu eens eindelijk naar wat er daar op tafel ligt”.