Short Story – Science Fiction / Fantasy :
„De Geruchtmakende Zwarte Hand “
Albert van der Sel
1.
Een eindje
verderop in het bos stond een fraai gebouwencomplex, waar de gegoede burgerij
(maar niet zelden ook boeven van het laagste allooi) zich aangenaam konden
verpozen. Er waren sauna’s, zwembaden, restaurantjes, een veelheid van bars, en
zelfs ook enkele casino’s. Hoewel dat niet onmiddellijk zichtbaar was, bood het
complex ook faciliteiten voor het gezelschap van allerlei betaalde gastvrouwen.
Het was al
laat in de middag. De rode dwergster Ross-210 naderde de horizon, waardoor de
omgeving in een purperen licht geplaatst werd. Aan de rand van het bos, bewoog
zich een magere schim. Loerend vanachter boomstammen, nam de schim zo af en toe
razendsnel een spurt naar de volgende geschikte plek, om vanuit die lokatie
weer op steelse wijze het pand te observeren. Deze schim was Ati Pynthi, een
vroegwijs meisje die vermoedelijk een jaar of negentien oud was, hoewel niemand
dat met zekerheid zou kunnen bevestigen. Het slanke meisje had een erg bleke
huidskleur, en droeg half lang haar, welke van nature, intens zwart van kleur
was. Momenteel observeerde het meisje nauwlettend de ingang van het complex.
Ati zag dat de ingang bewaakt werd door
een tweetal kerels. Volgens haar zagen deze lieden er gelukkig niet al te
snugger uit, en dat bood een gunstig uitzicht op haar plannen. Desondanks
hielden de kerels er scherp toezicht op, wie het pand binnentrad. Ati overwoog
een aantal strategieën
om de aandacht van de bewakers van de ingang af te leiden. Opeens knikte ze,
alsof ze een besluit genomen had. Ze sloop weer terug naar de rechterzijkant
van het pand, waar ze een groot aantal luchtwagens geparkeerd had zien staan.
Ze koos er één uit, en
keek even om haar heen of er iemand in de buurt was. De omgeving scheen veilig
te zijn. Ati gaf toen een harde trap tegen de bestuurderskoepel. Zoals Ati
verwacht had, begon het ding luidruchtig te loeien. Ze rende via de rand van
het bos weer terug naar de voorzijde. Ati kon net nog zien, dat de bewakers de
hoek om liepen. Ze nam een spurt naar de ingang, en was binnen. Ogenblikkelijk
mat ze zich een houding aan, alsof ze hier al jaren een vaste gast was.
Op haar
gemakje wandelde Ati door het pand. Overal zag ze de gasten lol maken, drinken,
eten, of kansspelletjes spelen. Na een poosje zag Ati een locatie die mogelijk
wel interressant zou kunnen zijn. Ze was beland bij een sauna. Zo te horen
zaten daarbinnen een aantal mannen gezellig te zweten en te kletsen. Heel
behoedzaam opende ze de toegangsdeur, en met één oog loerde ze naar binnen. Mooier kon het bijna niet, want dit
was een kleedkamer. Aan de wand hing een verscheidenheid aan jassen, broeken en
mantels. Ze zag ook een korte gang die naar de sauna leidde. Ati opende deur,
nam een snelle sprong naar de wand met kledingstukken, en begon deze razendsnel
te betasten op waardevolle kleinnoden. Ze griste een portefeuille uit een
mantel, en een paar jassen verder was het weer raak. Nu stond Ati al met twee
vette portefeuilles in haar linkerhand. Toen ze op het punt stond om de
volgende mantel te inspecteren, verscheen er een grote dikke en naakte kerel in
de gang. Een heel kort moment staarden de twee elkaar ongelovig aan. De man
kwam weer tot bezinning en schreeuwde: “Donders! Klein kreng!” Hij draaide zijn
hoofd naar de sauna en brulde: “He Arno! Diederik! We worden geklauwd!”. De man
zette zich in beweging teneinde Ati te pakken, maar die was al weggerend en
spoedde zich nu met grote haast door het pand. Ati rende keihard, tegelijkertijd
om haar heen blikkend teneinde een uitgang te vinden. Daar! Een raam die naar
het gazon leidde. Ati greep ergens een stoel vandaan en smeet deze zonder
pardon dwars door het glas. Ze schoot het gazon op en rende als een speer naar
de rand van het bos. In haar haast liet ze per ongeluk een portefeuille vallen.
Ati gaf een kreet van afschuw, maar er was geen tijd meer om deze buit terug te
claimen. Bij de bosrand aangekomen keek ze even om, en zag tot haar ontzetting
dat een horde woeste kerels bij het gebroken raam stonden. Het waren een
viertal bewakers alswel een drietal naakte kerels, waarvan er één opgewonden naar Ati leek te
wijzen. Nu zagen de andere mannen haar ook. Ondanks haar haast, wuifde Ati even
terug, en rende het woud in. Na een paar kilometer hollen leek het Ati
verstandig om een bergplaats te zoeken.
Al ruim een
half uur hield Ati zich muistil. Ze zat op haar hurken, stijf achter een
boomstronk die ingesloten was door een dicht struikgewas. Tamelijk plotseling,
begon het hard te regenen. Ergens in de verte donderde het van het onweer. Niet
lang daarna was haar omgeving gehuld in een dampige mist. Ati was daar echter
allerminst ongelukkig mee, want de regen minderde het zicht en dempte alle
geluiden, en dus ook die van haar. Nog maar tien minuten geleden, en akelig
dichtbij, had ze het gekraak gehoord van vele zware voetstappen die door het
dichte woud ploegden. Dit waren ongetwijfeld haar belagers geweest! Ati dacht
na. Het was erg waarschijnlijk dat haar achtervolgers nog wel een poosje zouden
verder trekken, alvorens ze zouden opgeven en terugkeren. Ze tuitte haar
lippen. Het beste was, om nu maar zo snel mogelijk benen te maken en naar huis
te gaan, voordat er een luchtwagen van de politie zou komen die haar
vermoedelijk wel kon opsporen. Ati wist wel een route naar huis die grotendeels
door het bos zou trekken. Maar eerst moest ze haar buit bekijken! Ze wurmde de
gestolen portefeuille uit haar broekzak, en bekeek de inhoud. Haar ogen
begonnen spoorslags te glimmen: er zat ruim zeshonderd credits in! Ati begroef
de portefeuille, want het was natuurlijk beter om die morgen doodgemoedereerd
en zonder gevaar op te halen. Mocht ze nu gepakt worden, dan had ze in ieder
geval haar buit niet verloren, en zou ze gewoon alle euveldaden ontkennen. Ze
kroop daarop voorzichtig uit haar schuilplaats. Ati bleef eerst een momentje
roerloos staan. De regen kletterde op haar neer, terwijl ze gespannen luisterde
naar mogelijk afwijkende geluiden. Er was op dat moment niets te horen wat haar
verontrustte, en als een fantoom schoot ze ervandoor.
Ati woonde
met haar oom in een trailer kamp, net buiten de gemeentegrens van Rosshaven.
Deze grote stad was een havenplaats op de planeet Numea, de enige planeet die
de dwergster Ross-210 begeleidde. Ross-210 lag op zo’n 710 lichtjaar afstand
van de Aarde. Het kleine stelsel hing eenzaam in de onmetelijke lege
ruimte tussen de Perseus- en Orion
spiraalarmen van de Melkweg. NuMea was een knooppunt van interstellair verkeer,
en in Rosshaven waren talrijke ruimtehavens, alswel een gezellig en druk
centrum. Het was er altijd druk met toeristen, en bemanningen van de vele
vrachtschepen. De burgers in Rosshaven hielden er, over het algemeen gezien,
een tamelijk ongedwongen levensstijl op na.
Het
schemerde reeds toen Ati thuis kwam. Haar oom had aanzienlijk veel ruimte in
het kamp voor zichzelf beschikbaar gesteld. Er stonden een fiks aantal
eigendommen van haar oom op, waaronder een aantal lukraak geplaatste
woontrailers, stapels met containers, en een oud gammel gebouw wat een woonhuis
moest voorstellen. Voorts stond er een grote loods op het terrein, alswel een
forse sloperij die afgeladen was met oude luchtwagens en gammele casco’s van
ruimtejachten.
Ati opende
de deur van de loods en stapte naar binnen. In een hoek van de loods, stond een
forse tafel waar een aantal mannen aangeschoven zaten. Links zag ze Sammy
zitten. Dit was een grote kerel met een ruig uiterlijk. Hij werkte voltijds
voor oom Nejus, en woonde ook in het kamp. Naast Sammy zat Sol Ludwig, een man van
een jaar of vijftig die altijd een streepjespak en een hoed droeg. Tegenover
Ludwig zat Jolian, een tamelijk knappe jongeman met een openhartig gelaat, en
tenslotte zag Ati haar oom Nejus zitten die vrolijk naar haar wuifde. Op de
tafel stonden een aantal bierflesjes, en de mannen waren kennelijk aan het
kaarten. “Hoi Ati!”, riep ome Nejus op joviale toon, en hij richtte zich weer
op een bundeltje kaarten die hij handig doorelkaar schudde. Jolian zei: “Kind,
wil je eens hier komen?” Ati stapte
voorwaarts en stond nu bij het groepje.
Ze toverde een allerliefst lachje op haar gezicht. Jolian monsterde haar
van top tot teen en zei: “Potjandikkie, het meisje wordt per dag knapper!” Sol
Ludwig grijnsde, en gaf Jolian een por: “Let jij nou maar goed op je credits!
Dat knappe katje denkt er alleen maar aan hoe ze jou je geld kan aftroggelen.”
Jolian lachtte, en keek Ati vragend aan: “En? Wat voor kattekwaad heb je dan
vandaag weer uitgehaald?” Ati keek
schuins en antwoordde op luchtige toon: “Geen enkele hoor!” Ati leek toen even
na te denken, en corrigeerde haar laatste opmerking: “In ieder geval vast wel minder dan jij wat gedaan hebt.” Toen
keek Ati naar de verschillende stapeltjes kaarten die op de tafel lagen. Ze vroeg:
“En wat voor kaartspel spelen jullie eigenlijk?” Sol Ludwig antwoordde:”Dit is
‘zwarthanden’, een van de meest populaire spellen in de Federatie.” Sammy voegde daaraan toe, terwijl hij
zwaarmoedig één voor één zijn medespelers aankeek: “Pas
maar goed op hoor Ati! Zelfs als je het spel uitstekend beheerst, als dan toch
je medespelers het gewoon op jou gemunt hebben, dan ga je er gegarandeerd
totaal aan failliet!” Ati richtte toen haar aandacht op de stapel credits die
op de tafel lag. Haar gezicht kreeg een verbaasde uitdrukking. Ati vroeg: “Hé, spelen jullie om geld dan? Hoeveel
zit er momenteel nu in de pot?” Ati boog zich voorover om de stapel credits te
pakken, kennelijk van zins om een goede daad te stellen door netjes het bedrag
uit te tellen. Oom Nejus gaf een gilletje van schrik, draaide zich bliksemsnel
om, en vouwde zijn armen om de stapel credits om deze buiten het bereik van Ati
te houden. Hij riep: “Oh nee. Hier kom jij niet bij.” Ati keek verontwaardigd
rond, haalde haar schouders op, en wandelde op haar gemakje naar de loodsdeur.
Ze hoorde net nog hoe Sol Ludwig naar haar oom brulde: “Ja dat is lekker zeg!
Leg terug wat je zojuist uit pot geklauwd hebt!”
Ati liep
naar haar eigen woontrailer, welke ze, ondanks de beperkte middelen, toch had
weten op te knappen tot een gezellig eigen bunkertje. Eenmaal binnen, joeg ze
eerst haar jongere broertje van haar bank. Het brutaaltje had het zich daar
gemakkelijk gemaakt, en zat rustig tv te kijken. Ati riep op besliste toon.
“Hola, vort, wegwezen jij!” Het ventje protesteerde heftig. Ati pakte het
ventje bij de arm en zette hem buiten de deur. Tevreden over haar optreden
dacht Ati: “Zo! Dat was gedaan. Het kereltje loopt altijd maar achter me aan te
sjokken, en soms is men nu eenmaal gedwongen, hoe jammerlijk ook, om simpele
doch effectieve maatregelen nemen.” Hierop pakte ze een biertje uit de
koelkast, en schoof een pizza in een oventje. Niet veel later zat ze op de bank
smikkelen en televisie te kijken.
Tevreden
keek ze terug naar de vandaag behaalde resultaten. Ze giegelde. “Zeshonderd
credits. Helemaal niet gek! Nee jongedame, helemaal niet gek.”, dacht Ati,
“Morgen eerst eventjes de poet oppikken, en dan de stad in. En ook eens een
keertje maar wat leuke kleren kopen.” Haar gezicht vertrok nu iets. “Wel jammer
van die andere portemonee. Wat een truffel ben ik zeg, om zomaar die
portefeuille te laten vallen!” Op de
televisie verscheen nu echter iets, wat meer en meer haar aandacht trok.
Uiteindelijk ging Ati rechtop zitten. Een opgewonden nieuwslezer had het over
een federaal schip, welke in de buurt van de ster Formalhout uit de
hyperruimte was gekomen, om zich voor te bereiden op de volgende hypersprong
richting het stelsel van Epsilon Reticuli. Het federale schip was
afkomstig van de Aarde. Direkt was er echter een klein schip opgedoken, die
meteen de hyperdrive van het federale schip aan flarden had geschoten, en haar
dus vleugellam gemaakt had. Het federale schip was daarop onmiddellijk
ge-enterd door een tiental mannen. Kennelijk had het federale schip nieuw
gedrukte credits vervoerd t.b.v. de Nationale Bank van Epsilon, want de mannen
hadden de kluis opgeblazen, en waren er vervolgens vandoor gegaan met het
ongehoorde bedrag van honderd miljard credits. Tot nu toe ontbrak nog elk spoor
van de overvallers. De nieuwslezer ging toen over tot het voorlezen van het
lokale nieuws. Ati was vol ontzag, en ze slaakte een zucht: “Allemachtig, als
je toch zo een formidabele slag kon slaan, dan was je voorgoed klaar! Moet je
nagaan: ben ik al blij met zeshonderd credits. Nouja.. dat soort stunts lukt
ook alleen maar de echt grote jongens.”
2.
De volgende
morgen haalde Ati vlotjes haar zeshonderd credits op, en dook ze zo snel
mogelijk de stad van Rosshaven in. Ze dacht er over om eerst een lekker
uitgebreid ontbijt bij het sjieke Nobles te nemen, maar bedacht zich, want dat
was toch wel een vrij dure tent. “Je kunt een credit nu eenmaal maar één keer uitgeven.”, dacht Ati
opgewekt.
Ze wandelde
daarop wat door het centrum, en genoot zichtbaar van de omgeving en de
atmosfeer. Ze liep door allerlei smalle
straatjes, die geflankeerd waren met schitterende herenhuizen. Het was nog
tamelijk vroeg in de morgen en het beloofde prachtig weer te worden. Op zeker
moment, was ze op de Grote Markt belandt. Dit was een plein stampvol met restaurantjes
en kroegen. Plotseling viel haar oog op een bord die op de stoep geplaatst was.
In het naastgelegen pand was er kennelijk een expositie van het één of ander. Nieuwgierig stond ze
door het raam te gluren. In ieder geval was er al een hoop volk binnen. Ati
stapte het pand in, en keek wat rond. In een hoek stond een kassa, en dat was
in ieder geval een zeer interressant gegeven, vond Ati. Momenteel stond er echter een pukkelige
jongedame achter de kassa, die Ati argwanend opnam. Ati gromde.
Maar misschien
deed zich later nog een gelegenheid voor. Ati nam zich voor om dan eerst maar
eens kijken wat er in deze winkel verder te zien was.
Het scheen
een soort kunst expositie te zijn van een tweetal kunstenaars, namelijk de
kunstenaars Arnand en Derdie. Het zaaltje stond dan ook vol met beeldjes, en
aan de muren hingen schilderijen van verschillende afmetingen. Ze was zeker van
plan om de schilderijen wat beter te bekijken. Tot Ati’s genoegen ontdekte ze
een tafeltje waarop verschillende schaaltjes stonden met heerlijke koekjes. Men
kon er ook koffie nemen. Ati greep een handvol met koekjes, en tapte voor
haarzelf ook een mok koffie in. Daarop propte ze haar mond vol en liep ze
rustig naar een muur om de kunstwerken nader te bekijken. Reeds het allereerste
schilderij wat Ati bezichtigde, wist haar al onnoemelijk te verbazen! Ze zag
een schilderij waarop uitsluitend een drietal oranje lijnen te zien waren, die
van linksboven naar rechtsonder trokken, en op het doek waren dan nog her en
der wat rare blauwe en groene vlekken waarneembaar. Plotseling begon Ati te
grinniken. Wat ze nu zag was werkelijk ongelofelijk! Onder het schilderij was
namelijk een prijskaartje bevestigd. Ati dacht dat er hier wel sprake moest
zijn van een domme vergissing. Ze grinnikte: “Welke zot zou er nu zo gek zijn
om zeventien honderd credits neer te leggen voor een paar onbenullige oranje
lijntjes?” Plotseling vroeg een vriendelijke stem naast haar: “En jongedame?
Vindt u het mooi?” Ati draaide zich
naar de stem. Een heer van middelbare leeftijd, en gekleed in een net kostuum,
stond haar vragend aan te kijken. Ati propte opnieuw een koekje in haar mond en
keek weer bedachtzaam naar het schilderij. Ze zei: “Nou, echt fraai is het
niet, en de prijs is belachelijk! Belachelijk hoog bedoel ik eigenlijk.” De man
lachtte, en schudde daarna beslist met zijn hoofd. Hij sprak: “Nee hoor. Het is
niet minder dan een koopje. Echt waar!” Nu wees hij op de lijnen. “Kijk eens
hoe prachtig gedaan! Hier zie je de Rede, Standvastigheid en Getrouwheid,
die zich staande houden..” Nu wees de man op de vlekken. “…ondanks deze
manifestaties van Wanorde en Chaos.” Ati knikte en sprak vlotjes:
“Inderdaad. Dat had ik er zelf ook al uitgehaald.” Daarna liepen ze nog langs
een aantal andere schilderijen. De man bleek kennelijk steeds bereid te zijn om
haar iedere keer uit te leggen hoe een dergelijk doek geinterpreteerd moest
worden. Langzamerhand verloor Ati echter haar interresse. Ze had namelijk
gezien dat de kassa permanent bemand bleef, en hier had ze dus geen kans. Ati
maakte aanstalten om de expositie te verlaten. De man bood haar nog een lunch
aan, maar Ati liep zonder verder commentaar het pand uit.
Eenmaal
buiten, had een ideetje bij Ati post gevat. Ati bleef een poosje, diep in
gedachten verzonken, op de stoep staan. Veel voorbijgangers moesten even lachen
om dat meisje die met een heel ernstig gezichtje in een filosofische houding zo
stond na te denken. Ati echter, had dat allemaal niet zo in de gaten, en dacht:
“Die schilderijen die ik zojuist gezien heb, die zijn toch zo achterlijk
simpel, dat schreeuwt eenvoudigweg om daden.”
Ze liep er
steeds meer warm voor. Ze zocht een verfwinkel op, kocht een paar kwasten van
verschillende groottes, en wat kleine verfpotjes met oranje, blauwe, en groene
verf. Ook kocht ze een paar doeken. Tijdens het afrekenen met de winkelier, nam
Ati met tegenzin afscheid van maar liefst zeventien credits. Maar ja, soms is
bij het verwezenlijken van goede plannen, een investering gerechtvaardigd. Ze
ging daarop meteen weer terug naar huis.
Op het
sloopterrein van haar oom, vond ze na wat speurwerk, een constructie die wel
dienst kon doen als schilders-ezel. Ati spande haar eerste doek op de ezel, en
pakte haar kleinste kwast. Plotseling stond haar kleine broertje naast de ezel.
Het jochie riep treiterend: “Ha ha. Ati kan helemaal niet schilderen!” Ati keek
grimmig en dacht: “Die mug blijft hier
natuurlijk de hele tijd rondjengelen.” Toen kreeg ze een idee, en haar
gezicht vertoonde direkt een opgewekte uitdrukking. Ze pakte haar grootste
kwast, doopte die volledig in het potje met oranje verf. Het leek net alsof Ati
aanstalte maakte om de eerste streek op het doek neer te zetten. Maar het pakte
anders uit. Ze draaide zich naar haar broertje en zwaaide hard met de volle
kwast. Een regen van oranje druppels trof doel, en het ventje nam ogenblikkelijk gillend de benen. Ati grinnekte.
Zo! Die zou wel niet meer zo snel terugkomen. Nu kon ze aan het werk. Met grote
inspanning visualiseerde Ati in haar geest wat ze op de expositie gezien had en
probeerde dat beeld zo goed mogelijk op het doek neer te zetten. Met de oranje
verf, trok ze diagonaal een drietal oranje lijnen. Ze moest zich wel degelijk hard concentreren om de
lijnen mooi recht te trekken. Ook plaatste ze her en der wat blauwe en groene
vlekken, die, met een beetje fantasie, de oranje lijnen als het ware trachtte
in te sluiten.
Ome Nejus,
die op het sloopterrein bezig was, had op een afstandje Ati al zien frunneken
met haar doek en verf, en besloot eens poolshoogte te nemen. Hij wandelde naar
Ati en haar ingenieuze ezelsconstructie. Daar aangekomen, stond oom Nejus een
paar ogenblikken de verrichtingen van Ati te bekijken. Nejus wreef zijn kin, en
zei: “Zo meisje. Wat een leuke hobby heb je gekozen. Dat had ik niet zo snel
achter je gezocht.” Ati keek lachend naar haar oom, en antwoordde: “Nee hoor
lieve Oom. Ik had er alleen nooit tijd voor kunnen vrijmaken. Want ik heb
schilderen altijd al een fantastische expressie vorm gevonden, waarmee je heel
gemakkelijk universele waarheden en denkbeelden kunt materialiseren.” Ze wees nu op de drie lijnen. “Oom.. ziet u
die drie oranje lijnen? Die representeren Durf, Intelligentie en Economische
Zelfstandigheid.” Daarop begon Ati zuur te kijken. Ze wees naar de akelige
blauwe en groene vlekken en vervolgde “Die, zoals altijd, belaagd worden door
de Belastingen en Justitie….”
Haar oom krabde bedachtzaam aan zijn neus en zei: “Ah ja! Dan had ik het
toch juist, want dat dacht ik er eigenlijk al uit te halen. Toch blijft het
grappig dat je inderdaad dat soort concepten in een schilderij kunt vatten!
Maarja. Over het algemeen gesproken, vind ik schilderijen die bijvoorbeeld
nauwkeurig landschappen, of schepen enzo weergeven, toch wat meer aansprekend.
Nouja, ieder zijn meug hoor.” Daarop aaide hij Ati over haar bol, en toog weer
naar het sloopterrein.
Ati
inspecteerde haar werk en was eigenlijk best tevreden met het resultaat welke
ze in zo’n korte termijn bereikt had. Nu restte alleen nog de kroning op haar
werk: rechtsonder op het doek schreef ze met haar kleinste kwastje met zwierige
letters de naam “Arnand, anno 2831”. Ati keek verwachtingsvol naar het doek. Nu
moest alleen de verf nog drogen, en kon ze haar laatste idee uitproberen. Ze
stalde het doek in het warme rode licht van Ross-210, en wandelde naar haar
trailer. Hier trok ze haar kleding uit, en doorzocht haar spullen om te kijken
of ze nog in het bezit was van wat redelijk nette kleding. Voor haar nieuwste
plannen moest ze er nu toch wel een beetje netjes uitzien. Daar! Ze vond een
pakje welke ze ooit eens gekregen had van een tante, voor feestelijkheden en
allerlei andere speciale gelegenheden.
Twintig
minuten later, stapte er een bijzonder elegante en hippe jongedame uit de
trailer. De jongedame droeg een strak getailleerd zwartkleurig bloesje met
kleine zilverkleurige sterretjes, op een kort zwart rokje. Verder had Ati
lilakleurige panties aangetrokken, en droeg ze enkelhoge zwarte puntlaarsjes.
Ze had haar donkerpaarse haarbos versierd met kleine lila- en azuurblauwe bloemetjes.
De jongedame leek veeleer op haar plaats te zijn in het dure“Grenoble”, de
sjieke buitenwijk van Rosshaven, dan in een door de Gemeente uit het zicht
geplaatst trailerkamp.
Ati keek op
haar klokje. Het was nu nog vroeg in de middag. Ze had dus nog alle tijd van de
wereld. Ze inspecteerde ze haar kunstwerk weer, en knikte tevreden.De verf was
zo goed als droog. Ze wikkelde het kunstwerk in een laken, en ging op stap.
Wat later
wandelde Ati wederom in het oude centrum van Rosshaven. Niet zelden draaiden de
hoofden van de mannen die zij passeerde, automatisch mee om dat fantastische
schepseltje na te kijken. Was een dergelijke kerel toevallig in het gezelschap
van zijn vrouw, dan kreeg hij steevast daarop een harde en jaloerse por in de
ribben, teneinde zijn blikveld weer in voorwaartse richting te dwingen.
Via een
wandeling langs de Grote Markt, was Ati nu in de wijk Rosshaven Zuid-Oost
aangekomen. Deze wijk stond erom bekend, dat zich daar talloze kunstenaars en
kunsthandelaren ophielden. Wat Ati hier zag, facineerde haar enorm. Veel jonge
en oudere kunstenaars waren op grasveldjes, of op stoepen, bezig met het
produceren van allerlei werken. Ati zag er allerlei mannen en vrouwen bezig met
schilderen, schetsen, weven, boetseren, en nog veel meer andere kunstzinnige
activiteiten. Ook was het er druk met toeristen en ruimtevaarders, want
Rosshaven was natuurlijk een interstellair knooppunt voor vracht- en passagiers
transport. Ati stond een poosje te kijken bij een vrouw van middelbare leeftijd
die een wandtapijt aan het weven was. Het tapijt was vermoedelijk bijna af, en
toonde een fantastisch en gedetailleerd beeld van de oude kern van Rosshaven.
“Kijk, dat was nu echt mooi, in plaats van de flauwekul die een zekere Arnand
produceert”, dacht Ati. Haar oog viel toen op een statig pand, waarbij op de
gevel een opvallend bord geplaatst was met de tekst: “Meester Malhoeve:
Inkoop en Verkoop van Allerhande Kunstvoorwerpen”
Ati liep op
die zaak af, en stapte binnen. Er waren niet veel klanten aanwezig. Een keurig
nette oudere heer met een fraaie grijze baard, keek goedkeurend naar de hippe
en knappe jongedame die zojuist zijn zaak betreden had, en hij stapte direkt op
Ati af. Hij keek Ati vriendelijk aan en vroeg: “Jongedame, waarmede kunnen wij
u van dienst zijn?”
Ati toverde
een ontwapend lachje op haar gezichtje en zei: “Ja goedenmiddag mijnheer. Ik
hoop oprecht dat wij iets voor elkaar kunnen betekenen.” Nu plooide Ati haar
gezicht in een ernstige uitdrukking. “Ik ben namelijk onlangs verhuisd, en een
aantal schilderijen uit onze collectie passen eigenlijk niet echt meer in het
nieuwe interieur. Ik heb hier een fantastisch fraaie Arnand bij me, die ik dan
ook graag van de hand wil doen, al is het dan ook begrijpelijkerwijs voor een
iets lagere prijs dan de nieuwprijs.” De oude heer knikte begrijpend, en sprak
op meelevende toon: “Wat jammer voor u. Maar ja, ik begrijp het wel. Als een
kunstwerk niet meer past in vernieuwd decor…tsja!.” Hij wees nu op het laken
welke Ati in haar handen droeg, en vroeg: “Mag ik er misschien dan nu eens even
naar kijken?”
Ati knikte,
en overhandigde het schilderij aan de heer. Hij legde het doek voorzichtig op
een toonbank, en begon aan een nauwgezet onderzoek. Het onderzoek duurde echter
maar opmerkelijk kort, en hij keek Ati vervolgens bedachtzaam aan. Hij zei: “Ik
vond het al zo vreemd, want Arnand produceerd bijna uitsluitend scultptures.”
Nu wees hij op het schilderij. “Het schilderij heeft enige gelijkenis met een
werk van Derdi, maar dit doek is heel duidelijk een heel kinderlijke
vervalsing!” Nu keek hij op een ietwat
vreemde manier naar Ati. “Er kunnen hiervoor een aantal verklaringen zijn. Het
is mogelijk dat u het slachtoffer bent van een schandalige oplichting, of….” En hier aarzelde de oude heer even. Ati keek
verschrikt, en riepi: “Maar hoe kan dat
nu?” Ati keek toen zelf ook naar het
schilderij, en sloeg met haar rechtervuist in haar linkerhand. Ze riep: “Ah! Nu
snap ik het! Mijn jongere broertje heeft het originele werk nageschilderd, en
kennelijk heb ik in de commotie het verkeerde doek meegenomen!” Ati greep naar haar hoofd: “ Oh..Wat dom…
Wat vreselijk dom!” Ze greep het
schilderij van de toonbank en zei: “ Ik ga nu ogenblikkelijk het echte doek
ophalen. Een ogenblik geduld alstublieft!” Daarna stoof ze de winkel uit.
Buiten
overlegde Ati met haarzelf. “Wat stom om de twee kunstenaars te verwarren.
Bovendien kon je dit soort kunstkenners kennelijk niet zo gemakkelijk foppen.”
Hierop kreeg Ati een nieuw idee. Ze wikkelde haar vervalsing weer in het laken en
haaste zich naar de expositie waar ze vanmorgen nog op bezoek was geweest. Na
een poosje was ze weer op de Grote Mark, en zag Ati het pand waar de expositie
ondergebracht was. Ze stapte binnen, greep meteen het originele werk van de
muur, wisselde dit zeer snel met haar vervalsing die onder het laken zat. De
vervalsing hing nu aan de wand. Ati liep toen op haar gemakje naar de toonbank.
Het echte schilderij zat nu dus verborgen onder het laken. Een jongedame die
achter de kassa stond, had de bijzondere capriolen van Ati met verbijstering
aangezien. Maar alles scheen toch in orde te zijn, daar het schilderij aan de
muur hing. Ati wees naar het schilderij aan de wand, en zei tegen het
verkoopstertje: “Goedenmiddag. O wat een prachtig werk is dit! Ik had dit
schilderij vanmorgen al gezien, en was er toen al absoluut weg van! Ik wil het
graag kopen.”
Het verkoopstertje lachtte: “Maar natuurlijk
mevrouw. Eens even kijken wat de vraagprijs is. Het verkoopstertje raadpleegde
daarop een catalogus, en zei tegen Ati:
“Het
schilderij kost u hier slechts zeventienhonderd credits, en dat is naar ik
begrepen heb, aanmerkelijk lager dan de originele vraagprijs van de kunstenaar
Derdie.” Ati wendde ontzetting voor. Ze
veinsde met schrille stem: “Zeventienhonderd credits? Ik meende dat ik op het
kaartje gelezen had dat het bedrag slechts zevenhonderd credits was. Dit
is uiteraard mijn fout! Ik had vanmorgen dan ook mijn bril niet op. Ik dank u
voor uw tijd, maar het kunstwerk gaat mijn budget helaas ver te boven!” Het verkoopstertje knikte begrijpend. Met
het echte schilderij in het laken gewikkeld, verliet Ati haastig de expositie,
en liep zo snel als ze kon opbrengen, naar de kunstenaarswijk in Rosshaven
Zuid-Oost.
Ten tweede
male was Ati nu in het pand van Meester Malhoeve. Ditmaal was de oude baas wel
tevreden. Hij lachtte en zei: “Het was zo’n vreemde situatie eigenlijk. Maar
aan de andere kant, de vervalsing was zo vreselijk in en in slecht
gemaakt, dat het inderdaad niet anders kon zijn dan gemaakt door de handen van
een drie, hooguit vier jarig kind!” Ati moest hierop even slikken maar liet
verder niets merken. De oude heer schudde lachend zijn hoofd en vervolgde:
“Daarom was uw verhaal eigenlijk wel direkt geloofwaardig.” De oude heer werd
toen ernstig, en zei: “Zo, laten we dan nu eens kijken, wat ik er u voor geven
kan.”
Er volgde
daarop een wijle van harde onderhandelingen. De oude baas had eerst niet hoger
willen gaan dan het schamele bedrag van negenhonderd credits. Ati was woest
geworden. Immers het kunstuk stond in alle catalogi aangemerkt met een waarde
van minimaal zeventienhonderd credits. De handelswijze van het huis van Meester
Malhoeve, grensde, wat Ati betrof, aan oplichting dan wel pure uitbuiting! De
oude man had daarop fel uitgehaald en gewezen op krasjes in de linkerbovenhoek
van het doek, die de waarde flink naar beneden haalde. Deze krasjes waren
volgens Ati vrijwel niet zichtbaar, en bestonden feitelijk alleen in de
fantasie van de oude inkoper.
Zo ging dat
spel nog een tijdje door, en uiteindelijk stond Ati buiten met het bedrag van
elfhonderd credits in contanten. Ati wandelde op haar gemakje terug naar de
oude stad.
Ze was
eigenlijk best wel in haar sas. In haar beurs zat nu het klinkende bedrag van
achttienhonderd credits! Daar kon je een tweede hands luchtwagen voor kopen, of
makkelijk een luxe vakantie van mee financieren, van wel twee maanden op een
exotische planeet. Ati dacht na, en haar gezicht vertoonde een peinsende
uitdrukking: “Ik heb hier toch wel iets van opgestoken. Als je toch ziet hoe
die ouwe schurken van kunsthandelaars, de argeloze kunstbezitters op een
dusdanig vreselijke en schandalige wijze uitkleden….” Nu schudde Ati mismoedig met haar hoofd,
“Nee… Dan kan ik toch niet anders
concluderen dan dat de kunsthandel me toch niet zo aanspreekt.”.
Ze was nu
inmiddels in het oude centrum beland. Hier zag
ze de winkel BB Amours, een in de betere kringen zeer bekende
dameskledingzaak. Hier kocht Ati nog wat leuke, en vlotte spulletjes. Ze had nu
toch geld zat. Na haar inkopen, liep ze de Grote Markt over en wandelde de
Roelingstraat in. Ze liep eerst gedachteloos langs een aantal reklameborden,
liep nog een eindje door, maar hield toen abrupt halt. Wat had ze daar nu
eigenlijk op één van
die borden in een flits gezien? Ze liep
weer terug, en staarde geinteresseeerd naar een bepaald bord. Er was daar het
volgende te lezen.
Bent u
reeds rijk en wilt u nog verschrikkelijk veel rijker worden? Of, bent u rijk en
wilt u ervaren hoe het voelt om aan de bedelstaf te geraken?
Komt Dan
Allen Dit Zien: Het Aardse “Fantastic Credits” organiseerd ieder jaar hun
roemruchte “Zwartehand” toernament. Het heeft die instelling behaagd, om dat
dit jaar alhier in ons fraaie Rosshaven te laten geschieden.
Waar: De
Wolterbergzaal, alhier te Rosshaven
Wanneer:
De 21ste Jorg.
Niet
voor: Angsthazen
Wel
voor: Ervaren zwarthand specialisten
Inschrijven:
ten laatste op de 19de Jorg
Thuis, op het kamp, borg ze eerst haar nieuwe kleding netjes weg, en wandelde daarop naar de loods. Zoals ze wel verwacht had, zaten daar haar oom, met Sammy, Jolian en Sol Ludwig, aan de grote tafel te kaarten. Haar broertje was er ook, en zat ergens in een hoek met miniatuur luchtwagens te spelen. Hij keek vuil naar Ati, die hem verder compleet negeerde. Sammy wierp een tweetal kaarten op tafel, en riep opgewekt: “Zwarthanden! Hupsa! Hier een rode boer met twee witte vrouwen!” Hij greep grijnzend een stapeltje credits van tafel en zei: “Morgen zullen jullie, zoals gebruikelijk, me wel weer uitwringen, maar niet vanavond hoor!” Sol Ludwig keek treurig toe hoe Sammy het geld in zijn buidel borg. Oom Nejus vroeg: “Doen we nog een potje? Ja? Goed dan! Iedereen graag tien credits inleggen.” Oom Nejus keek naar Jolian en zei: “Jouw beurt om de bank te spelen.” Jolian reageerde niet direkt. Hij had zojuist Ati ontdekt, en zat haar met open mond aan te staren.
Hij riep: “Ati, wat zie je er vandaag
verukkelijk uit!” De andere mannen hadden haar nu ook opgemerkt, en ome Nejus
zei trots: “Ja, het is echt een knap kind geworden.” Nu boog Nejus zich naar de
starende Jolian en zei: “He knaap, wakker worden! Je bent de bank!” Het spel
werd hervat en korte tijd later waren de heren weer helemaal in de ban van de
kaarten. Ati keek het eens een poosje op haar gemak aan. Er werd in dit spel,
zelfs al door simpele lieden als haar oom en zijn kornuiten, toch best wel voor
veel geld gespeeld. Dat was eigenlijk wel interressant. Ze had er eigenlijk
nooit zo bij stilgestaan, maar stel nu eens dat zijzelf de regels en technieken
zou beheersen, zou ze dan veel credits
kunnen scoren? En hoe moeilijk kon het eigenlijk zijn, gewoon een potje
kaarten?
3.
Er waren
een tweetal weken voorbij gegaan. Ati had wat boeken gekocht, en op een beurs
had ze voor een prikkie haar hand weten te leggen op een heuse kaart robot.
Deze had ooit eens in één
van de casino’s in Rosshaven gewerkt. Hoewel de robot afgedankt was, en er
kennelijk een aantal circuits kennelijk niet zo goed meer waren, was Ati er
reuze blij mee.
Ook had Ati
al vele uren het Net afgespeurd naar allerlei legale (maar ook illegale) technieken
en kunsten rond het kaartspel zwarthanden. Ati had met verbazing geleerd dat er
op verschillende plaatsen in de Federatie allerlei competities georganiseerd
werden, zoals bijvoorbeeld op Aarde. Er werden daar soms om enorme sommen
credits gespeeld.
Het
“dichtsbij” waar regelmatig competities plaatsvonden, was in het stelsel van
Mina-5, welke toch nog op een lieve driehonderd lichtjaar afstand lag. Een kaartje met een toeristenschip naar
Mina-5 kostte ongeveer honderd credits, maar Ati had ook al gehoord dat passage
op een gewoon vrachtschip, hoewel veel minder comfortabel, voor veel minder te
realiseren was. Dus daar maakte Ati zich niet al te veel zorgen over.
En
natuurlijk was er het toernament op de 21ste jorg, gewoon hier in
Rosshaven. Dat festival was nu nog maar drie weken weg.
Toen ze
destijds gezamenlijk met haar robot van de beurs naar huis liep, had haar robot
had zich voorgesteld als ‘Robotisch Medewerker nummer 27 in kartel 5’. Ati vond
dat toch wel een vrij lastige naam, en besloot de robot voortaan ‘Rob’ te
noemen. “Ja joh, je heet voortaan Rob!” had Ati de robot voorgehouden. “Dat
klinkt toch veel beter dan dat malle medewerker zus-en-zo?” De robot
vond dat maar raar en schonk Ati een
bedenkelijke uitdrukking. Toen stopte Ati plotseling en haar gezicht kreeg een
geheimzinnige uitdrukking. Ze loerde een aantal malen om haar heen. Ati sprak:
“En dit is héél erg
belangrijk. Knoop het goed in je circuits! Als er iemand er ooit naar zou mogen
vragen: Je bent absoluut geen kaartrobot, en nooit geweest ook! Je hebt wel een
glansrijke carriere achter de rug als een taalrobot. Oke?” De robot had
gefronst, en zei: “Maar dat klopt helemaal niet. Ik was altijd in het Casino
bezig met kaartspelen, en met name dan zwarthanden. Ik weet niks van
talen!” Ati wuifde de bezwaren van Rob
met haar handen weg, en zei: “Maakt niet uit! Maakt niet uit! Je besprak toch
ooit wel eens wat met iemand in het Casino?” De robot knikte. Ati vervolgde:
“Nou dan! Dan was je wel degelijk met taal bezig, of niet dan?” Rob begon toch
te sputteren, maar Ati wilde van geen wijken weten: “Alleen ik weet dat je met
zwarthanden bezig was, maar voor alle anderen, en ik bedoel echt alle
andere mensen, ben jij gewoon een gepensioneerde taalrobot!” Ten langen leste stemde Rob maar in.
Iedere dag
speelde Ati in haar trailer wel een paar uurtjes met haar kaartrobot. In het
begin kon de robot nog veel geduld opbrengen, maar naarmate de dagen voorbij
gleden, werd de robot, volgens Ati althans, steeds nukkiger.
Op een
avond was Ati in haar eigen trailertje weer eens met haar robot aan het
zwarthanden. De robot wierp een credit op tafel en zei: “Ati, ik denk dat ik
maar een rode ruiten tien van de Bank koop. Kun je aub over de brug komen?” Ati
speelde op dat ogenblik de Bank, en haalde de bewuste kaart uit een stapel. Ze
wierp deze op tafel. De robot pakte de kaart op en bekeek vervolgens zijn hand
met kaarten. Hij vergeleek deze met de vrije kaarten op tafel. Daar lagen al
drie Boeren, een Heer, en twee Vrouwen. De robot dacht een poosje na, en
besloot tot het uitroepen van de “zwarte hand”. Het uitroepen van de zwarte
hand conditie, betekent dat alle spelers nu direkt hun kaarten op tafel moesten
blootleggen. Ongeacht wat dan ook! Dit was een onverbiddelijke regel. De roeper
nam hierbij zeker een fiks risico, want als deze speler niet de
allerbeste kaarten had, moest die speler direkt de huidige waarde van de pot
verdubbelen! Daartegenover stond dat als de roeper wel de beste hand met
kaarten had, dan mocht hij of zij direkt de gehele pot naar zich toeschuiven.
Desondanks, een speler zou een “zwarte hand” alleen maar uitroepen, als hij of
zij er behoorlijk van overtuigd zou zijn, de beste hand met kaarten te hebben.
Ati was nu dan evenwel verplicht haar kaarten open te gooien, evenals de robot.
Daar lagen dan de kaarten van Ati op tafel. Het was een beschamend gezicht. Er
waren twee Boeren bij, alswel een Heer, een Vrouw, en een harten Aas. Op zich
was het een mooie reeks kaarten. Maar robot had speciaal interresse voor de
twee Boeren van Ati’s kaarten. Een stukje verderop lagen de drie Boeren van de
vrije kaarten. “Hmm..”, sprak de robot op ironische toon, “Een spel kaarten
dient vier Boeren te bevatten, maar ik zie er inmiddels al vijf liggen. Heb jij
dat ook opgemerkt Ati?” Ati’s gezicht
vertoonde een schaapachtige uitdrukking. Het was duidelijk dat Ati alweer door
de mand gevallen was. Al een poosje was ze namelijk bezig met het bestuderen en
toepassen van de techniek van de “onderwaterkaart” van een zekere Dr. Lukka.
Het ging er dan om, om een goede kaart, (maar ook weer niet een al te
opvallende kaart) als bijvoorbeeld een Harten negen, zodanig verborgen in het
spel te houden, zodat er op geen enkel moment nooit meer dan vier exemplaren
tegelijk zichtbaar zouden zijn. Op een gunstig moment zou de valsspeler dan
kunnen proberen te beschikken over de verborgen kaart. De kunst was dan ook, om
de positie van de “verborgen” kaart goed in te gaten te houden, vaak middels
minieme merktekens. Het procede leverde statistisch gezien, verbeterde kansen
voor de valsspeler. Tenzij de extra kaart zich reeds in de hand bevond, en
iemand het nodig vond om de “zwarte hand” uit te roepen, zoals nu dus gebeurd
was.
De robot
keek somber en sprak: “Ik moet tot mijn spijt constateren, dat ik in de afgelopen
twee weken nog geen enkel spel met je gespeeld heb, waarbij jij niet op één of andere manier geprobeert hebt
om de boel te belazeren.” Ati lachtte, en antwoordde: “Kop op Robbie! Het is
maar een spelletje hoor. Trouwens, wat klaag je nou? Je hebt al die spelletjes
met gemak gewonnen, en je hebt inmiddels al een kapitaaltje van me buit
gemaakt.” De robot knikte. Dat was inderdaad waar en hij keek tevreden naar
zijn beurs. Hoewel hij en Ati maar om losse credits speelden, had hij inmiddels
al tweehonderd credits gewonnen. De robot zei toen: “Het is anders toch wel erg
knap hoe je die vijfde Boer in het spel hebt weten te sluisen. Ik heb er niks
van gezien.” Ati schudde ontkennend haar hoofd en zei: “Nee, die extra Boer zal
reeds in het spel. Dat had gefikst toen jij voor jezelf een energie cel ging
wisselen” De robot knikte, en zei: “Dan begrijp ik het, want meestal zie ik dat
soort illegale acties wel.” Ati zuchtte: “Was het maar waar dat ik een goede
techniek had om in een lopend spel een extra kaart in te brengen. Zonder dat
iemand er iets van merkt uiteraard!”
De robot
snoof en zei: “Nee Ati, zet dat maar uit je hoofd want dat is echt allemaal
larikoek! Weet je dat er bij de echte games altijd heel erg streng gescanned
wordt? Het is echt onmogelijk om kaarten in te brengen. De high-speed scanners
zien alles! Het zou zelfs mij niet lukken.” Nu keek Ati verongelijkt. Dit was
ernstig nieuws: Als datgene wat Rob haar zojuist verteld had waar was, viel
haar nieuwe plan eigenlijk in duigen.
De robot
die de reaktie van Ati wel gezien had, begon het nu te begrijpen. Hij begon te
lachen. “O, was dat dus eigenlijk je opzet?” Beteuterd gaf Ati het toe. Het had
nu niet zo veel zin meer om haar plan aan Rob verborgen te houden. Ati vertelde
Rob dat ze eerst zou proberen om op een goed niveau van het spel te komen, en
daarnaast enkele technieken zou proberen te benutten “om het geluk een handje
te helpen”. Als ze dan goed genoeg was, zou ze proberen om eerst wat in
Casino’s te verdienen en als dat voorspoedig liep, zou ze mischien zelfs wel
een aantal echte competities af lopen. Maar dat scheen nu dan een doodlopende
straat te zijn.
De robot
zat met een ernstig gelaat diep na te denken, en het was stil in de trailer.
Ati zat lusteloos met wat kaarten te schuiven. Na een poosje zei de robot op
rustige toon: “Hmm. Toch is het denk ik wel uitvoerbaar.” Ati keek meteen op:
“Hoe bedoel je?”. De robot ging verder: “Weet je.. Talent herken ik namelijk
direkt! Wist je eigenlijk wel hoe je de afgelopen dagen bent gegroeid in je
spel? Nog een paar weken, en ik denk dat je me zo van tafel mept.” Hierop klaarde Ati’s gezicht welliswaar op,
maar ze had nog steeds wat twijfels. “Bovendien..”,vervolgde Rob, “ga ik eens
kijken in hoeverre het haalbaar is om bepaalde technische hulpmiddelen in te
zetten.” Ati keek vragend, maar Rob hield het voorlopig nog voor zichzelf wat
die technische hulpmiddelen dan wel mochten inhouden..
Na een week
van keihard trainen met Rob, besloot Ati op een ochtend, om het maar eens
lekker rustig aan te doen. “Nu maar eens een dagje zonder kaarten”, pufte Ati
opgewekt. Maar wat hadden ze de afgelopen week hard gewerkt zeg.
Het
beloofde inderdaad vandaag een prachtige dag te worden. Ross-210 klom langzaam
ter hemel en overgoot het landschap met warme zonnestralen. Ati zag in de verte
dat ome Nejus en Sammy druk bezig waren op de sloperij. Een kraan hijsde
allerlei wrakken op de truck van een klant. Ergens in de verte, vlak bij de
loods, scharrelde Jolian wat met staaldraden. Ati vond het heerlijk om te zien
dat er zo vlijtig gewerkt werd. Zelf trok ze een badpakje aan, gooide een
luchtbed op de grond, en genoot van de warme zon. Ook Rob stapte de trailer
uit. Hij zei: “Lekker weertje hè?
Ik ga even een krantje kopen bij de kiosk aan de hoofdweg.” Ati wuifde dat het
goed was. Niet veel later keerde Rob terug, en ging hij op een nabij gelegen
bankje het krantje zitten lezen.
Jolian was
diezelfde morgen al de hele tijd bezig met het ordenen en sorteren van
staaldraden. Een vervelend klusje, vond Jolian, maar iemand moest het doen. En
Nejus had hem nu eenmaal aangewezen als de “zaakgelastige van de staaldraden”,
zoals Nejus dat op zijn zogenaamd “lollige” manier brengen kon. Jolian gromde:
“Zaakgelastigde! Tsss! Me neus! Dit is verschrikkelijk aanpoten!” Triest keek hij naar de enorme berg draad
die nog verplaatst moest worden. Momenteel, vertrekkend vanuit de grote loods,
was Jolian onderweg met een bak vol staaldraad naar een container. Toevallig
stond die container niet veraf Ati’s woontrailer. Jolian tjokte voort. Gelukkig
werd de bak via een elektrostatische methode gewichtloos gehouden. Op een
gegeven ogenblik passeerde hij Ati’s trailer op niet meer dan een tiental
meters. Hij kreeg een warm gevoel.
“Daar ligt het mooiste meisje wat ik ooit gezien heb. Niemand in
Rosshaven kan zich met haar meten! Met haar lange benen…, die vreemde
donkerpaarse haren...”, dacht Jolian. Het meisje lag in de zon, en Jolian kon
zijn ogen maar moeilijk van haar lange en slanke benen afhouden. Hij wist dat juist
vanwege haar vreemde schoonheid, Ati beslist niet populair was bij de andere
dames in het kamp. Vreemd genoeg ging dat schijnbaar helemaal langs haar heen.
Voor zover Jolian wist, had Ati maar weinig, of misschien zelfs helemaal geen,
contact met de andere vrouwen en meisjes. In dat opzicht was het wel een
merkwaardig kind. Jolian trok weer verder. Een eindje verderop kieperde Jolian
de staaldraden in de container, en keerde weer terug voor zijn volgende rondje.
Wederom was hij vlak bij Ati. Jolian stopte. Zijn hart bonkte in zijn keel. Zou
hij het durven? Jolian keek om zich heen. Hij zag alleen een eindje verderop
die rare taalrobot zitten, en die knaap zat kennelijk rustig een krantje te
lezen. Jolian vermande zich en liep naar Ati. “Hoi Ati!” sprak Jolian op vrolijke
toon. Het meisje knipperde met haar ogen, en was kennelijk onder invloed van de
warme zon, ingedommeld geweest. Ze herkende Jolian, en gaf een zwakke groet.
Jolian liet
zich niet meteen uit het veld slaan door Ati’s matige reaktie, en probeerde op
een uiterst voorzichtige wijze, haar een voorstel te doen: “Ik vroeg me af..
uhh.. Heb je misschien eens zin om met mij een hapje te gaan eten? Dan kunnen
we daarna misschien een filmpje pakken. Of gaan dansen als je dat leuk lijkt…”
Ati
reageerde mat, en leek er geen belangstelling voor te hebben. Jolian voelde
zijn bloed bevriezen, en de moed zonk hem werkelijk in de schoenen: Hoe had hij
het toch als aap gewaagd om deze schoonheid uit te vragen? Wat een catastrofe:
het meisje had niet eens echt gereageerd op zijn uitnodiging.Hij voelde zich
afschuwelijk, en wilde zich al bijna omdraaien om weg te gaan, toen Ati met en
ruk opeens rechtop ging zitten. Ati zei: “O, wil je uitgaan? Wat leuk!” Ati
toonde een fris en opgewekt gezicht: “Misschien is het wel eens aardig om een
casino te bezoeken! Kunnen we daar een hapje eten, en misschien zelfs ook een
potje kaarten.” Jolian kon zijn geluk
niet op. Hij zei: “Tuurlijk kan dat! Maar wil je niet liever dansen? “Rosa’s
danstuin” schijnt tegenwoordig heel gezellig te zijn.” Hierop keek Ati vrijwel
direkt heel somber. Ze antwoorddde: “Nee, dat is zo oudbollig! En bovendien doe
ik dat al zo vaak. Laten we toch een casino bezoeken!.” Jolian aarzelde nog.
Ati begon te schateren: “Maar jij zit bijna iedere dag met Nejus en Sammy te
kaarten. Heb je dan niet eens zin om dat in een casino te doen? Jij en ik.….
lekker gezellig met z’n tweeen een potje zwarthanden!” Jolian tuitte zijn lippen. Hij kreeg een
ernstige uitdrukking op zijn gezicht, en begon wat heen en weer te ijsberen.
Jolian zei: “Ja, dat kon jij natuurlijk als jongedame ook niet weten, maar
zwarthanden in een casino is wel een hele serieuze business. Ten eerste wordt
daar echt met grof geld gespeeld” Ati was onmiddellijk zeer geinterresseerd, en
zei op een hartelijke toon: ”Ja! Vertel daar eens over, als je wilt? Wat zijn
bijvoorbeeld de minimale en maximale inzetten?”
Jolian
krabde zijn achterhoofd en zei: “Poeh.. Daar vraag je me wat. Ten eerste hebben
we de klasse A, B en C tafels. Bij de laagste klasse C, bedraagd de minimale
inzet vijftig credits. Bij B is het minimum honderd credits. En bij klasse A,
als ik het me tenminste goed herinner, is het minimum maar liefst vijfhonderd
credits!”
Rob die de
conversatie aangehoord had, kwam tussenbeide en zei: “Wat betreft de klasse C
en klasse B tafels had u het helemaal goed. Echter, bij de klasse A tafel
bedraagt de minimale inleg duizend credits!” Jolian was onder de indruk, en
zei: “Moet je nagaan als toch aanzit bij een klasse A tafel, en je verliest een
paar potjes. Tsjonge!”
Ati zat
zichtbaar te genieten. Ze zei: “Nou ja, dan kunnen we misschien wel aan een
klasse C tafel aanschuiven en daar eens één of twee potjes proberen. Gewoon, om het maar eens een keertje
in je leven mee te maken! Hoeveel mensen zitten er eigenlijk meestal aan een
klasse C tafel?” Jolian dacht na, keek vragend naar Rob, en zei: “Ja, vaak wel
een stuk of vijf of zes deelnemers, nietwaar?.” Rob knikte bevestigend. Het
leek net alsof Rob het een facinerend onderwerp vond, en het leek wel alsof hij
op dreef begon te komen. Enthousiast sprak Rob: “Ja, maar aan de klasse A
tafels zitten bijna uitsluitend vermogende toeristen en andere rijke
buitenwerelders. Overigens zitten aan de klasse A tafels niet zelden ook
schavuiten en gangsters. De autochtone inwoners van Rosshaven vind je alleen
maar aan de klasse C tafels.”
Jolian keek
schuin naar Rob en zei: “U weet opmerkelijk veel van casino’s. Althans voor een
taalrobot.” Ati zei snel: “Uiteraard! Rob heeft natuurlijk vaak taallessen
gegeven aan het personeel, want die lieden hebben juist behoefte aan
taalkennis.”
Jolian
knikte begrijpend. Dat verklaarde inderdaad waarom de taalrobot zoveel wist van
wat er omging in een casino. Hij keek nu naar Ati, die met een bedroefd gezicht
was opgestaan. Jolian lachtte: “Maar wat is er nu dan weer? We doen wat jij
wilt en we gaan vanavond naar een casino!”
Ati beet op
haar onderlip en sprak op bedremmelde toon: “Ik zit alleen momenteel zo
vreselijk slecht in me credits. Och hemeltje toch!”
Jolian
wuifde de bezwaren weg: “Als een heer een jongedame uitvraagt, is het de regel
dat de heer alles betaalt!” Ati keek op
slag vrolijk en zei op blije toon: “Eerlijk waar? Wat een fantastische regeling
is dat!” Ze wreef haar handen: “Nou, dat is dan afgesproken. Kom je mij dan
vanavond om, zeg, een uur of acht ophalen?”
Jolian
stemde toe, en vertrok vrolijk fluitend naar zijn bak, om wederom een lading
staaldraden te halen. Rob zei: “Wel een aardige vent.” Ati knikte. Rob
vervolgde: “Weet je nog dat ik het had over bepaalde technische hulpmiddelen?
Ati fronste en zei: “Natuurlijk, maar ik heb er alleen nog steeds geen idee van
wat je daarmee bedoelde.” Rob
antwoordde: “Dat maakt niet uit, want dat zie je snel genoeg. Nu we vanavond al
naar een casino gaan wil ik graag nog eerst een ideetje uitproberen en wat
voorbereidingen treffen. Weet jij toevallig een electronica winkel te vinden?”
4.
Stipt om
acht uur, landde Jolian zijn luchtwagen op een leeg terreintje vlak voor de
woontrailer van Ati. Jolian was opgewonden. Het vooruitzicht van een avondje
uit met Ati alleen: dat was gewoonweg geweldig! Hij stapte uit de wagen en een
momentje later klopte Jolian op de deur van de woontrailer. Het was een donkere
en heldere avond.
Jolian keek
even op naar de hemel. De Perseus Arm was duidelijk zichtbaar, en clusters van
blauwe en gele sterhopen, afgewisseld met gas en stofwolken, vormde een
facinerend gezicht. Jolian was daar uiteraard aan gewend geraakt, maar niet
zelden werden toeristen vaak overmand door zulke fraaie vergezichten. Nu was
het toch Jolian’s beurt om overmand te worden. Een ogenblikje later namelijk,
opende Ati de deur. Jolian hapte naar adem. Dit had hij niet verwacht! Daar
stond het allerbetoverendste wezentje wat Jolian ooit gezien had. Het was
werkelijk niet te geloven! Ati had haar gezicht in blauw-grijze tinten
opgemaakt, met een paar uiterst subtiele gouden veegjes rond haar ogen. Haar
paars-blauwe haarbos was heel licht versierd met kleine zilverkleurige
bloemetjes, en ze droeg een nauw sluitend blauw-paarse sarong die op haar
knieen eindigde, en haar superslanke figuur geweldig deed uitkomen. Ten
overvloede beklemtoonde een gouden sjerp, haar smalle middel. Het fabelachtige
uiterlijk werd helemaal versterkt doordat er twee kleine metalen ornamentjes
aan haar oren bevestigd waren, die heel guitig schuin omhoog staken.
Ati
giechelde wat om het verblufte gezicht van Jolian, en zei: “Nou ben je er klaar
voor? We zullen die casino’s eens een poepje laten ruiken.” Nu wendde ze haar hoofd naar de woonkamer en
riep: “Rob, kom je ook?” Jolian was nog
steeds wat in vervoering, maar langzamerhand drong het toch tot hem door. Hij
wist hees uit te brengen: “Ati, we nemen die rare taalrobot toch niet mee?”
Ati zwaaide
met haar linkerhand ten teken dat het niet van belang was. Ze zei op luchtige
toon: “Ach, daar hebben we helemaal geen last van joh! Die gaat wel ergens aan
een tafeltje hangen. Goed beschouwd zijn we feitelijk gewoon met z’n tweetjes.”
Ati liep
naar buiten, richting luchtwagen, vrijwel direkt gevolg door Rob.
Jolian zag
Rob lopen, en tot zijn onuitsprekelijke verbazing droeg Rob een pruik en had
hij een zonnebril op. Rob haalde zijn schouders op. Het stond wel vast dat die
taalrobot een rare snoeshaan was. Jolian besloot op pragmatische wijze, dat het
gezelschap van een taalrobot, of hij nu gek was of niet, eigenlijk maar weinig
roet in het eten kon gooien.
Eenmaal
opgestegen, zette Jolian koers naar het zuiden. De luchtwagen vloog over de
oude stadskern van Rosshaven, en vloog toen over de buitenwijken van Rosshaven
Zuid. Na een korte wijle, vloog de luchtwagen over een woud, en na een poosje
werd een verlicht complex zichtbaar.
Jolian zei: “Kijk, daar is een leuk party centrum, bomvol met
restaurants, sauna’s, en casino’s, en noem het maar op. Daar gaan we heen” Rob zag het complex ook, en graafde een
grappige annekdote uit zijn geheugen op. Hij zei: “Ah ja! Dat complex draagt de
naam De Fontijn van Goud. Het is nog redelijk nieuw. Maar ik weet er een
leuk verhaaltje over te vertellen. Een week of vier geleden, of was het nu
vijf? Nouja doet er niet toe.” Rob kuchtte en keek verontschuldigend naar zijn
vrienden, en zei: “Ja, ik schijn een paar slechte circuits te hebben, en die
spelen me soms parten. Nu ja. Om het verhaal te vervolgen: Een paar weken
geleden was de directeur, Royhas heet hij, samen met een tweetal bestuursleden,
Diederik en Arno, aan het genieten in hun sauna.
Zijn ze
daar toch brutaal beroofd door een één of ander klein snolletje! Niet te geloven! Een grietje nog
maar! Ik heb die Royhaz nog nooit zo woest gezien! Gewoon in zijn eigen pand,
beroofd door een klein grietje, terwijl hij en zijn collega’s in de sauna in
hun nakie stonden! Haha! Wat een vernedering moet dat zijn geweest. Het verhaal
gaat dat het loeder, toen ze wegrende, gewoon door een glazen deur is
gesprongen, en toen het woud in is gesprint.
Ja, en toen
was ze weg natuurlijk! Ik hoor hem het nog zeggen, dat mocht hij dat loeder
toevalligerwijs ooit nog tegenkomen, dat hij er dan persoonlijk op toe
zal zien dat ze voor jaren achter tralies gaat.”
Rob zei:
“Maar de faciliteiten van de De Fontijn van Goud zijn
uitstekend hoor! Ik ken het goed! We kunnen zelfs Royhas opzoeken die
ons dan wel zal helpen bij het zoeken van een goede tafel. Weet je zeker dat je
ergens anders heen wilt gaan?” Ati knikte op een zeer besliste wijze. Jolian
zei: “Ik vind het best hoor. Dan zetten we toch gewoon weer koers naar het
centrum.” Tot grote opluchting van Ati, draaide Jolian aan de stuurknuppel, en
de luchtwagen keerde terug naar de oude stadskern.
Jolian wist
zijn luchtwagen, ondanks de drukte, vlak bij de Grote Markt te parkeren. Het
gezelschap was inmiddels te voet op weg naar de “Rollende Credit”, één van de oudste en bekenste casino’s
van Rosshaven. Ati was opgewonden. Ze had al veel spelletjes ‘zwarthanden’ met
Rob achter de rug. Ook was het waar dat Rob haar ontzettend veel geleerd had.
Volgens Rob, had ze een respectabel niveau bereikt. Maar nu zou ze haar kennis
voor het eerst in een echt casino in praktijk brengen. De ‘Rollende Credit’ was
een statig gebouw aan de noordzijde van het plein. Een brede trap leidde naar
een sjieke ingang. Op de trap draaide Ati zich met een stralend gezichtje tot
haar vrienden en sprak opgetogen: “O jongens. Was is dit heerlijk zeg! Een echt
casino.” Jolian vond het prachtig dat
Ati zo enthousiast was. Rob bleef er kennelijk tamelijk nuchter onder. Eenmaal
binnen zagen de vrienden dat het er een drukte van belang was. Er was een
verbazingwekkend grote ronde hal. Hier konden gasten een hapje eten of van een
drankje genieten. Veel mannelijke gasten konden het niet nalaten om even een
goedkeurende blik op Ati te richten. De dames daarentegen, waren niet bestand
tegen het fabelachtige uiterlijk van Ati, en probeerden Ati uitdrukkelijk te
negeren. Ati zelf had daar niets van in de gaten, want ze was deerlijk
geimponeerd door het statige karakter van de hal. Een enorme kristallen
kroonluchter hing aan het plafond, en fantastisch fraai besneden houtpanelen
sierden de wanden. Voorts waren er een aantal boogopeningen die toegang boden
tot verschillende zalen. Ati zag een forse zaal met roulette tafels, een zaal
met slotmachines, een zaal met haar onbekende machines, en tenslotte een zaal
waar kennelijk aan verschillende tafeltjes gekaart werd.
Rob keek
naar Ati, en zijn gezicht toonde een grijns. Hij klopte op zijn oren, en direkt
hierop frunnekte Ati wat aan haar oorversierselen. Rob wees naar de zaal waar
gekaart werd en zei: “Zullen we dan maar?”
Rob wees
naar veschillende tafels, terwijl hij tegen Ati en Jolian sprak. “Ziedaar! De
brons gekleurde tafels behoren tot klasse C, de zilverkleurige tot de B klasse,
en de goudkleurige tafels, tot slot, die behoren tot de A klasse. Ati wees naar
een bepaalde klasse B tafel en zei: “Hé, daar zitten nog maar drie spelers. Zullen we daar aanzitten?”
Jolian produceerde een zuur gezicht, en antwoordde: “Zullen we eerst maar eens
een klasse C proberen? Denk nog maar eens aan de minimale inleg. Bij een tafel
der B klasse, kun je werkelijk heel snel arm worden!” Nu vond Rob een geschikte
tafel. Dit was een Klasse C tafel, die op dat moment nog maar met vier spelers
bezet was. Jolian en Ati konden gemakkelijk aanschuiven. Een heer in een net
kostuum, de zogenoemde Dealer, zat aan de rechterflank, en speelde de bank.
Jolian zag nu dat de Dealer een robot was die opmerkelijk veel gelijkenis met
Rob vertoonde. Jolian stootte Ati aan en zei: “Moet je zien. Dat is toch net
Rob!” Ati wendde voor alsof ze dat nu ook pas voor het eerst zag, en zei: “Hé
ja, nou je het zegt!”
Toevallig was op dat moment het vorige potje afgelopen, en een dikke man van
middelbare leeftijd had tweehonderd credits gewonnen, minus 20 credits
commissie voor de bank. Glunderend keek de dikke man om zich heen. De Dealer
riep: “Opnieuw inleggen alstublieft. Vijftig credits graag! Vijftig
credits!” De spelers wierpen allen
vijftig credits in de pot. Jolian betaalde voor hemzelf en voor Ati. Vakkundig
wierp de Dealer een ieder zes kaarten toe. Ati pakte haar kaarten. Ze had een
Boer, een Vrouw, een Harten tien, en verder wat kaarten van mindere rang. Ati
kocht een Boer, wierp een Ruiten drie weg naar de vrije kaarten, en Jolian
moest daarvoor dertig credits ophoesten. Jolian nam zich voor om hooguit twee
potjes te spelen, want de kosten moesten in de hand gehouden worden. Toevallig
viel zijn oog op Rob, die een eindje verderop, op een gastenstoel zat. Rob zat
zachtjes in zichzelf te praten. Jolian wist het nu zeker: die taalrobot was echt
gestoord. Na een paar beurtrondes probeerde de dikke man weer een “zwarte
hand”. Ditmaal had hij geen geluk, en moest hij de inhoud van de pot
verdubbelen. Kreunend van spijt voldeed de man zijn plicht, en moest hij
vervolgens uit dit potje stappen. Jolian hoorde nu Ati met alle macht de zwarte
hand uitroepen. Nerveus keek hij opzij
naar Ati, die alleen maar grijnzend als een wolf haar handen zat te wrijven.
Iedereen moest nu zijn kaarten blootleggen, en al spoedig bleek dat Ati de
beste hand met kaarten had. De Dealer schoof de pot naar Ati, die de pot met
een gilletje van geluk omkeerde. De Dealer schoof de lege pot weer naar het
midden van de tafel. Jolian zei: “Knap gespeeld hoor! Maar misschien heb je ook
wel een beetje geluk gehad. Hoe dan ook: je hebt aardig wat duiten
binnengehaald. Zullen we nu stoppen, en gaan dansen?”
Ati schudde lachend van nee. Ze zei opgetogen: “Nee joh.
Vanavond hebben het geluk aan onze zijde. Je zult het zien!”
Er werden
nog een drietal potjes gespeeld, die alle drie wederom door Ati gewonnen
werden. Jolian kon het nauwelijks geloven. Met een gelukzalige blik schoof Ati
haar gewonnen credits naar zich toe. Er lag voor haar op tafel, zeker al iets
van zo’n negentienhonderd credits, in contanten op een stapeltje bijeen geveegd.
Jolian zag dat Ati plotseling een donkere blik kreeg. Hij hoorde haar
schijnbaar tegen de lucht zeggen: “Stoppen? Nu al?” In de verte zag Jolian dat ook de taalrobot in zichzelf stond te
praten. Met een trieste blik richtte Ati zich tot Jolian: “Ja, we kunnen nu
beter stoppen.”.
Korte tijd
later stond het gezelschap weer op de Grote Markt. Ati schoot Rob aan en zei op
bitse toon: “Waarom moest ik zo vroeg al stoppen? We hadden beslist nog wel een
paar potjes kunnen doen, voordat ze wat in de gaten zouden krijgen.” Rob bleef
er kalm bij. Hij zei: “Daar ben ik nog niet zo zeker van. De monitors zien
alles! Vergeet niet dat ik er zelf gewerkt heb, en weet hoe het systeem in
elkaar zit. Maar niet getreurd! Een kleine honderd meter om de hoek, staat het
casino “De Uitpuilende Pot”. Ati was meteen weer in een goede stemming
en riep: “Ja! Laten we daar gaan kijken!”
Jolian
probeerde nog: “Ja maar Ati… We zouden nu toch gaan dansen? Ati keek Jolian aan
en gaf hem een vette knipoog. Ze antwoordde: “Ja, dat doen we zo wel. Maar we
gaan eerst nog wat credits scoren! Kom mee. Je zult verbaasd staan.”
In de
“Uitpuilende Pot” was het wat minder druk, maar wel zelfs nog wat chiquer
ingericht dan de “Rollende Credit”. In de kaartzaal wees Rob naar een geschikte
klasse C tafel, maar tot ontzetting van Jolian, was Ati al bij een klasse A
tafel aangeschoven. Ook Rob schudde zijn hoofd. Aan die klasse A tafel zaten
reeds een vijftal mannen. Deze spelers waren van een geheel ander kaliber.
Jolian zag een paar forse, en ongetwijfeld harde mannen zitten, die kennelijk
een groep vormde. Er zat ook een enorme kerel aan die tafel die Rob herkende
als “Bonk”. Rob zei: “Bonk heeft zijn
bijnaam te danken door het akelige typerende geluid wat je horen kunt, als hij
geïrriteerd is, en een valspeler een dreun verkoopt. In zo’n situatie kun je
maar beter niet in zijn buurt staan.” Jolian knikte en hij kon zich er wel iets
bij voorstellen. Rob vervolgde: “Kijk eens hoe ze met open mond naar Ati
loeren! Zo’n betoverend meisje hebben
ze natuurlijk nog nooit aan hun tafel te gast gehad.” Jolian jammerde: “Dit
zijn keiharde jongens. Als het nu maar geen financieel fiasco wordt.” Rob knikte, en antwoordde: “Precies, daarom
ga ik nu even mijn werk doen. Ik ga nu verderop zitten. Kom niet met mij mee.”
Jolian had er geen idee van wat Rob daarmee bedoelde. Hij zag dat Rob verderop
in een schemerig hoekje ging zitten.
Inmiddels
had Ati haar medespelers vriendelijk toegelachen, en de voorgeschreven duizend
credits in de pot gegooid. Het spel begon. Het verliep in een veel hoger tempo
dan wat Ati gezien had in de “Rollende Credit”. De spelers hielden elkaar goed
in de gaten, en onophoudelijk werden kaarten gekocht, dan wel weggeworpen naar
de stapel vrije kaarten. Ati luisterde scherp naar wat Rob te zeggen had in
haar oortelefoon. Rob fluisterde: “Pas op: die gladde jongen tegenover je heeft
nu drie Boeren en een Heer. Koop nu snel een Aas!” Hierop kocht Ati direct een
Aas, wat haar driehonderd credits kostte. Een momentje later hoorde ze de stem van
Rob in haar microfoon sissen: “Als die grote vent nu niets koopt, ga jij voor zwarthanden!”. Bonk, die aan de beurt was, bleek geen kaart
te willen kopen. Ati riep toen direct uit volle borst het “zwarthanden”
protocol uit. De mannen aan tafel keken
verbijsterend op. Nu moest iedereen zijn kaarten blootleggen. Ati bleek de
beste hand met kaarten te hebben. Ze begon onbedaarlijk te lachen toen de
Dealer de pot naar haar toeschoof, en ze een moment later ruim zevenduizend
credits voor haar zag liggen. De medespelers keken scherp, en met ontzag naar
Ati. Wat hun eerst een knap schoolmeisje had geleken die de weg kwijt was,
bleek of ongelofelijk veel geluk te hebben, of
was een formidabele speelster in een onschuldige vermomming. Rob fluisterde in
haar oormicrofoon: “Sta op, geef een vriendelijke groet, en ga dan meteen
weg!” Ati negeerde het advies van Rob.
Ze dacht: “De pot op! Één
spelletje moet nog wel kunnen.” Het
tweede rondje begon. Nu hielden de spelers niet alleen elkaar, maar ook Ati
scherp in de gaten. Op advies van Rob, kocht Ati een Ruiten Heer. Bonk was aan
de beurt. Hij kocht een Schoppen Aas. Ati zag dat hij aarzelde, en weifelend
naar zijn kaarten keek. “Stond hij op het punt om zwarthanden te roepen?”,
dacht Ati verschrikt. Bonk deed het gelukkig niet. Nu was Ati aan de beurt. Ze
kocht nog een Heer, en meteen daarop gilde ze “zwarthanden”. Gelukkig bleek zij
weer de beste hand met kaarten te hebben. De stem van Rob sprak op smekende
toon in haar oormicrofoon: “Nu wel echt weggaan. Alsjeblieft!”.
Ati greep
haar geld, knikte vriendelijk naar haar medespelers en stond op. Bonk stond ook
op, en gaf Ati een respecterend hoofdknikje. Ati liep toen weg, en haar
medespelers stonden haar verbluft na te gapen.
Eenmaal
buiten zei Jolian tegen Ati: “Ik begrijp er niets van! Wat heb je gescoord?
Iets van vijftienduizend credits? Dat is in een uurtje zo’n beetje een heel
jaarsalaris!”
Rob gaapte,
en zei tegen Jolian: “We zijn een beetje moe. Ati en ik gaan naar huis. Maak je
verder geen zorgen, we nemen wel een taxi.”
5.
Een paar
dagen later, op een warme en zonovergoten ochtend, liep Ati in haar eentje te
wandelen in het nabij gelegen woud. Rob was in haar woontrailer gebleven: Rob
was nu eenmaal niet zo’n wandelaar, wist Ati. Ati was behoorlijk aan het
piekeren. Na een poosje kwam ze uit bij een meertje. Dit terrein kende ze goed,
en hier kwam ze wel vaker als ze rustig wilde nadenken. Het was een fantastisch
plekje, vond Ati. Ze ging op een grote kei zitten, en kon zo heerlijk over het
meertje uitkijken. Ze dacht na. Ze hadden in de casino’s zo goed kunnen scoren,
doordat Rob nog steeds kon inloggen bij de scan- en monitor computers. Hij was
immers ook Dealer geweest, en men had zijn account klaarblijkelijk nog niet
opgeruimd. Rob weet dat aan zijn hele specifieke afvloeiing procedure. Onlangs
had iemand geconstateerd dat Rob kennelijk niet meer geheel volgens het
protocol werkte, en het casino had hem van de hand gedaan. Maar normaal
gesproken, of eigenlijk altijd, werd een complete verouderde generatie robots
bij de leverancier weer ingewisseld voor een nieuwe generatie. In een soort
batch, werden dan alle accounts opgefrist.
Rob
vermoedde dat in zijn speciale geval, men vergeten was om het account op te
ruimen. Puur geluk dus. Verder was het alleen nog maar een kwestie van simpele
techniek geweest: Via een minuscuul microfoontje welke in een ornamentje
verborgen zat (en aan haar oren was
bevestigd), had Rob precies kunnen vertellen wat de kaarten van het
tegenstanders waren geweest. Dat was de gouden sleutel geweest tot het succes.
Maar Rob was zeer voorzichtig. En volgens Ati te voorzichtig.
Ati wilde
namelijk dolgraag iedere avond de Casino’s afstruinen, maar Rob had op de rem
getrapt. Volgens hem zouden ze dan te snel opvallen, en de risico’s waren
volgens hem gewoon veel te groot. Ati had haar best gedaan, maar het was haar
simpelweg niet gelukt om de robot om te praten. Nu wilde Rob maar liefst twee
weken wachten voordat het casino bezoek weer op gang kon komen. Ati zuchtte.
Nou ja, er lag inmiddels in haar trailer wel het lieve bedrag van 33.000
credits, te danken aan Rob.
Dat was
uiteraard niet gek. Maar Ati had dat bedrag in de komende dagen met gemak
kunnen oprekken tot een tonnetje. Maar ja, Rob wilde niet meewerken. Ati dacht: “Wat was het toch een apart
figuur. Heel anders eigenlijk, dat wat ze bij andere robots en droids ervaren
had. Was dat soms te wijten aan dat stel defecte circuits?” Ati wist het niet.
Maar ze mocht Rob graag. Héél
graag eigenlijk. Tot voor een maandje geleden, was ze niet meer geweest dan een
kruimeldiefje. Nu deed ze toch het serieuze werk. Alweer besefte Ati dat haar
carrière sprong te danken was aan niemand minder dan Rob. Ati zuchtte nogmaals,
en gooide een klein keitje in het water. Ze keek een poosje naar de
concentrische rimpels die bleven uitdijen. “Stilstand is achteruit lopen”,
dacht Ati plotseling. “Ik blijf nu toch echt niet twee weken op mijn gat
zitten. Ik moet wat doen!” Ze sprong van de kei en liep weer terug naar het
kamp.
Weer terug
in haar woontrailer, zag ze dat Rob niet aanwezig was. Misschien was hij bij de
kiosk wel een krantje aan het kopen, want dat deed hij wel vaker. Ati zette de
televisie aan, en zat zo een poosje te kijken. De uren kropen voorbij. Het was
nu al twee uur in de middag. Ati begon zich werkelijk zorgen te maken. Ze
dacht: “Ik kwam om elf uur weer terug van mijn wandelingetje, en nu is het al
twee uur! Waar kon Rob toch zijn?” Het werd drie uur. Plotseling werd Ati
paniekerig. Ze sprintte naar haar slaapkamer, graaide onder haar bed, en haalde
een klein koffertje tevoorschijn. Nerveus maakte ze het open. Ze slaakte een
zucht van verlichting: de 33.000 credits zaten er nog gewoon in. Ati staarde
voor zich uit. Het geld was er nog. Maar Rob was weg! Had hij soms zo’n medelijden
met Ati gehad dat hij dit geld dan maar had laten liggen? Maar zo’n
zielig meisje was Ati toch niet? Maar wie zou er nu zoveel credits laten
liggen? Het gezicht van Ati vertrok. Maar stel nu eens dat hij nu zelf de
casino’s aan het afstropen was? En dus nu zelf in zijn eentje fortuinen aan
het verdienen was? Ati borg haar
gezicht in haar handen en dacht verslagen: “Dat kon toch niet waar zijn?”
Op dat
moment ging de deur open, en stapte Rob de trailer binnen. Ati vloog hem
onmiddellijk om de hals. Rob zei verbaasd: “Ho,ho, ho.. nou, nou….anders ben je
nooit zo aanhankelijk!” Ati lachte, en zei opgelucht: “Je hebt gelijk hoor! Ik
heb nagedacht. We moeten gewoon nog even een week of twee de zaak rust gunnen,
alvorens we weer voorzichtig bij de casino’s op bezoek kunnen gaan!” Rob knikte, en antwoordde: “Precies! Dat
klopt! Tenminste, voor casino’s klopt dat. Maar niet noodzakelijkerwijs voor
andere evenementen.” Ati keek met grote stuiters naar Rob, en vroeg: ”Hoe
bedoel je dat nou?”
Rob
antwoordde: “Wel, toen jij weg was zat ik hier vanmorgen wat te prakkezeren, en
ik kwam er achter dat ik er toch geen trek had om hier twee weken nutteloos
rond te hangen. Ik dacht: ik ga eens bij wat oud collega’s buurten. Misschien
zou ik er wel wat inspiratie kunnen opdoen. En jawel hoor! Ik heb een hele tijd
met de jongens gesproken en ik ben zeer veel te weten gekomen!” Rob moest even
lachen om de nieuwsgierige uitdrukking op Ati’s gezicht. Rob vervolgde zijn
verhaal: “Één van mijn
collega’s in de Rollende Credit, vertelde me dat er over vier dagen, de 21ste
jorg, hier in Rosshaven in de Wolterbergzaal een belangrijke competitie plaatsvindt. Nou, dat wisten we natuurlijk
al, maar nu had ik ook nieuwe informatie. Toen heb ik het een en ander op een
rijtje gezet, en het lijkt mij een levensvatbare mogelijkheid”
Ten tweede
male vloog Ati Rob om zijn hals. Ze was dolgelukkig. Ati keek Rob aan en vroeg:
“Dus we gaan naar dat toernament?” Rob
zei: “Als je ermee instemt, dan wel! Maar let op! Het inschrijfgeld bedraagt maar
liefst 10.000 credits!” Ati wuifde met
haar handen, en zei: “Dat zij dan maar zo. Dat zal wel onvermijdelijk zijn.”
Rob nam het woord weer. Hij zei: “Het mooiste komt nog. De Rollende Credit
hier in Roshaven, is niet een zelfstandig bedrijf. Het is maar een onderdeeltje
van een hele grote firma, namelijk Fantastic Credits, welke het
hoofdkantoor houdt in Parijs, op Aarde. Fantastic Credits exploiteert bijna
vijfhonderd casino’s verspreid over de gehele Federatie. Het bedrijf verzorgt
ook het toernament hier in Rosshaven. En toen had ik de oplossing!” Ati keek
Rob met ontzag aan. Rob toonde nu een hele brede grijns: “En weet je wat ik
bedoel Ati? Nee? Nou, ik ben nog steeds een gecertificeerd Dealer, althans voor
zover het dat monitoring computer netwerk van Fantastic betreft. Hele goede
kans dat ons truukje op het toernament ook gaat werken!” Nu gaf Ati een
gilletje van geluk. Rob zei: “Ik ga vanavond eerst voor ons beiden een paar
valse id cards laten aanmaken. Die zullen we wel nodig hebben. Gelukkig sterft
het in Rosshaven van de boeven, en ik weet al precies waar ik zijn moet.”
Op de avond
van de 21ste jorg, wandelde Rob en Ati op hun gemakje naar de
Wolterbergzaal. Deze lag ongeveer vierhonderd meter noordelijker van de Grote
Markt, in een dure zakenwijk. Het was een zwoele zomeravond. Ati was gespannen.
Ze wist dat het deze keer om tonnen, en mogelijk zelfs om miljoenen credits zou
kunnen gaan! Het hing er allemaal maar net vanaf hoe er werd ingezet, wie er op
het toernament verschijnen zou, en hoe de spelen zouden verlopen.Verwacht mocht
worden, dat er vele topspelers zouden komen, uit alle hoeken van de Federatie.
Rob zei: “Je weet het dus hè?
Ik zal vrijwel zeker naar de tribune
worden gestuurd. Hoe me dus goed in de gaten! Als ik op het netwerk kan
inloggen, krijg ik vreselijke een hoestbui, en is alles in orde!” Ati knikte.
Dit was haar allang bekend. Ze vroeg zich af waarom Rob dit nu al voor de
zoveelste keer herhaald had. Was hij soms ook nerveus?
Ati droeg
deze avond een eenvoudig paarskleurig shirtje, en een kort paars rokje. Haar
lange benen droegen paarskleurige
panty’s, en tezamen met kniehoge zwarte laarsjes, maakte dit Ati wederom tot
een uiterst begerenswaardig schepseltje, met een ongekend sensuele uitstraling.
Rob grinnikte. Hij wist wel beter. Als er ergens een vrouwelijke geldwolf
rondliep zonder scrupules, dan was het wel hier, aan zijn zijde.
Het was erg
druk bij de Wolterbergzaal. Er waren letterlijk honderden toeschouwers, en Ati
vermoedde dat de Wolterbergzaal wel afgeladen vol zou zijn. Ook zag Ati
verschillende cameraploegen. Deze waren uit de gehele Federatie gekomen, en
zouden dit spannende evenement rechtstreeks uitzenden.
Rob en Ati
konden gebruik maken van de spelers ingang. Een Moderator ving hen op, en hier
scheidde hun wegen: Rob vertrok naar de publieke tribune, en Ati werd ingedeeld
aan tafel drie. Ati zag dat er slechts een viertal tafels in het midden van de
zaal waren geplaatst. Aan iedere tafel zouden vier spelers komen te zitten.
“Dus maar zestien man in totaal.”, dacht Ati. Ze keek rond, en zag aan tafel
twee de enige andere vrouw zitten. Het was een grofgebouwd schepsel, en het
mens zat Ati uitermate onvriendelijk aan te staren. Ati hoopte vurig dat zij
als eerste uit het spel gekeild zou worden. Ati was blijkbaar als één na laatste gearriveerd. Er moest
nog één speler komen.
Daar kwam hij al aanzetten. Een enorme kerel stampte door de zaal. Gejuich
steeg op vanuit de tribune. Kennelijk was hij mateloos populair. Ati herkende de laatste deelnemer als Bonk. Ze
had nog tegen hem gespeeld in “De Uitpuilende Pot”. Bonk nam plaats aan tafel
vier.
Een
zwevende kamera vloog door de zaal, en nam van iedere speler even een close-up.
De kamera zweefde toen naar Ati, en bleef daar opmerkelijk lang rondhangen. Ati
zag dat een aantal commentatoren druk naar Ati wezen, en kennelijk was zij het
onderwerp van een langdurige beschouwing. Eigenlijk beviel dit Ati allerminst.
In het kamp
zaten Sammy en Sol Ludwig tv te kijken. Ome Nejus was er ook, maar die was kort
tevoren even naar de keuken vertrokken om een paar biertjes te halen. Op het
scherm verscheen het gezicht van Ati, en de kamera zweefde een poosje om haar
heen zodat ze vanuit alle mogelijke posities te zien was. Sol Ludwig liet met
een verbluft gezicht een broodje uit zijn handen vallen. Sammy was minstens zo
verbijsterd. Was dat niet Ati die daar zat? Onvoorstelbaar! Sammy vond het een
dijenkletser. Hij riep: “Nejus, kom snel! Dit zal je niet geloven!”
Een paar
kilometer verderop, in het partycentrum “De Fontijn van Goud” zaten Royhas,
Arno, en Diederik ook televisie te kijken. Toen verscheen Ati uitgebreid in
beeld.
Diederik
sprak met ontzag: “Hemeltjelief. Moet je zien! Wat een engeltje tussen al die
brute apen!” Arno knikte ook met grote
geestdrift.
Alleen Royhas
werd plots rood van woede. Hij stikte bijna! Daar zat doodgemoedereerd het
loeder wat hem een paar maanden terug in zijn eigen pand beroofd had. Royhas
stond op, liep woest naar een kast, en pakte een pulspistool uit een la. Arno
en Diederik keken vragend op. Royhas zei niets. Hij wenkte zijn maten om hem te
volgen.
De spelen
namen een aanvang. De Dealer aan haar tafeltje wierp iedere speler zes kaarten
toe. Ati dacht wanhopig: “Waar bleef toch de hoestbui van Rob? Was het hem dan
niet gelukt om in het netwerk in te loggen?” Ze had Rob al een hele tijd in de
gaten gehouden. Het was een vreemd gezicht geweest. Hij scheen de enige
toeschouwer te zijn die in een diepe meditatie verzonken leek te zijn.
Plotseling begon Rob hard te hoesten en te rochelen. Zijn buren op de tribune
keken ongelofelijk vies, en probeerden wat op te schuiven.
Ati voelde
een enorme opluchting. Daar klonk de zachte stem van Rob in haar microfoontje:
“Sorry Ati, het was deze keer wat lastiger. Oké, ik heb alle kaarten in beeld
van je opponenten! Haha! Mep ze maar van je tafel.”
Het spel
verliep voorspoedig voor Ati. Wonderwel had zij achterelkaar steeds de beste
kaarten, en wist altijd op het juiste moment “zwarthanden” te roepen. Haar pot
bevatte nu iets van 400.000 credits! Nerveus wiebelde Ati op haar stoel. Bij de
drie andere drie tafels was het nog niet beslecht. Toen was het ook gebeurd bij
tafel vier. Bonk bleek de winnaar te zijn. Hij keek triomfantelijk om zich
heen, pakte zijn pot, en gaf een ijselijke vreugdekreet. Ati was benieuwd wat
is zijn pot zou zitten. Ze zou daar wel spoedig achter komen. Enkele minuten
later was het ook gedaan bij tafeltje twee. Tot ongenoegen van Ati, had de
lelijke vrouw gewonnen. De vrouw jubelde en zwaaide wild met haar armen,
terwijl haar opponenten teleurgesteld afdropen. Toen werd ze rustig, en ging ze
wederom met een zeer nare blik naar Ati zitten staren. Ati werd er niet goed
van: wat moest dat nare mens toch? Nog een minuut later waren de zaken ook
afgerond bij tafel één.
De winnaar was een rustige man met een Aards oosters uiterlijk.
Ati zag dat
de commentatoren wederom naar haar keken, en druk in een microfoon aan het
babbelen waren. Ook de kamera’s waren wederom op Ati gericht. Kennelijk had niemand verwacht dat het
meisje de eerste ronde zou overleven.
De
Moderator klom op een podium en feliciteerde de winnaars. Toen verzocht hij de
vier overgebleven kaartspelers om plaats te nemen aan tafel één. Ati, Bonk, en de lelijke vrouw,
stonden op en wandelde naar tafeltje één.
De
Moderator verklaarde het spel voor geopend, en de Dealer wierp de vier
overgebleven spelers, ieder een zestal kaarten toe. Ati dacht woest: “Wat er
ook gebeurt, dat afschuwelijke en lelijke kreng speel ik er als eerste
uit.” Het tempo lag moordend hoog.
Kaarten werden gekocht, en even snel weer naar de vrije kaarten geworpen.
Ondanks het feit dat Rob een robot was, had hij toch moeite om in dit tempo de
informatie te ordenen en Ati te informeren. Ati hoorde: “Koop nu een Boer! Nee
wacht! Koop een Heer!” Een paar seconden later was het: “Ja nu zwarthanden! Nee
stop! Die lelijke vrouw heeft te veel Azen”. Bij Ati was de spanning te
snijden. Kon Rob dit hoge tempo volhouden? Toen hoorde Ati in haar oor: “Nu!
Koop een Aas. Ja Nu! Zwarthanden!” Ati gilde zwarthanden, en de spelers moesten
hun kaarten blootleggen. Tot Ati’s opluchting lag de lelijke vrouw eruit,
evenals de rustige Aardman. De tribune joelde, en men klapte met de handen of
stampten met de voeten.
De
Moderator telde razendsnel de credits in de pot, en deed het geld weer terug.
Hij klom op het podium, en pakte een microfoon.
Hij sprak
met verve: “Dames en Heren. Wat een spannende wedstrijd! Wat een onverwachte
finale! Had iemand dit ooit kunnen denken? Het blijkt nu dan te gaan tussen
Bonk en de schone jongedame….. Ati Pynthi!”
De
Moderator liet nu rustig zijn blik over de tribune gaan. Toen zei hij: “En de
inhoud van de prijzenpot bedraagt….. Vijf miljoen credits!” Wederom steeg een luid gejoeld op vanuit de
tribune met toeschouwers.
De
Moderator zei: “Laat het laatste spel aanvangen!”
Met zijn
vierkante kop, keek Bonk scherp naar Ati. En Ati loerde met fonkelende ogen
even hard terug. In haar geest kookte het: “Vijf miljoen credits! Vijf miljoen
credits! Nooit meer sappelen! Nooit en nooit en nooit meer sappelen! Ik kan nu
totaal binnen lopen!”
Bonk keek
met uiterste belangstelling naar Ati’s gezicht. Zag hij nu werkelijk dat haar
grijs blauwe ogen, paarse vonkjes wegschoten? Wat raar!
Toen
ontstond er bovenaan de zaal een tumult. Een grote dikke vent, met een tweetal
kornuiten, denderden de trap af, en stofen naar de spelerstafel. Royhas stond
toen voor Ati, die verschrikt inelkaar kromp. Royhas wees naar Ati en
schreeuwde buiten zichzelf: “Dit wijf is crimineel! Twee maanden geleden heeft
zij mijn casino beroofd en daarvoor moet zij boeten! Hierbij doe ik een
burgerarrest en draag dit afschuwelijke monster over aan de Gendarmerie!”
Bonk was
enorm geïrriteerd. Wat was dat voor een malle verstoring van zijn spel. Hij
stond op, gaf Royhas een enorme dreun die daarop direct inelkaar zeeg. Arno en
Diederik kwamen in actie. Maar Bonk was sneller. Hij greep Arno bij zijn
kladden, zwaaide hem boven zijn hoofd, en kwakte hem enkele meters verderop
tegen een muur. Ook Arno was uitgeteld. Diederik had eieren voor zijn geld
gekozen, en was uiterst atletisch de trap weer opgerend. Bovenin, raasde hij
door een toegangsdeur, en was verdwenen.
De zaal
joelde en klapte om dit fenomenale macho vertoon van Bonk. Hij wenkte Ati dat
ze gewoon weer rustig kon gaan zitten.
Het spel
begon, en de toeschouwers op de tribune, alswel miljoenen, of mogelijk
miljarden televisie kijkers, zaten op het puntje van hun zetel en hielden de
adem in. Bonk en Ati gingen gelijk op. Schattend, loerend, hijgend en kreunend
werden door beide spelers, talloze kaarten gekocht en weer weggeworpen. Wie
durfde als eerste zwarthanden te roepen? Het moment moest nu wel nabij zijn.
Maar de risico’s waren enorm. Ati nam nu een teug lucht, maar Bonk was eerder.
Hij schalde met zijn zware stem “zwarthanden”, en trillend gooide Ati haar
kaarten bloot. Wat had Bonk? Haar wereld stortte finaal ineen toen bleek dat
Bonk precies één puntje meer had. Één verschrikkelijk lullig puntje!
Bonk zat
grijnzend naar Ati te kijken. Ati gleed heel langzaam van haar stoel. Ze kon de
tranen niet bedwingen, en ze begon hartverscheurend te janken. Uiteindelijk zat
ze met haar knieën op de grond, en haar kin rustte op de tafel. Nog steeds kon
ze haar verlies niet verwerken en huilde maar door. Dit werkte zo emotioneel in
op de tribune, dat alle toeschouwers uit volle borst schreeuwde “Ati! Ati! Ati!
Ati” Het kabaal stopte niet.
Toen deed
Bonk iets opmerkelijks. Lachend pakte hij de stapel van vijf miljoen credits,
deelde deze in twee gelijke stapeltjes, en schoof één helft naar Ati. Hij positioneerde
de stapel precies onder haar neus. Bonk pakte toen zijn helft, maakte een
buiging naar het publiek. Hij liep toen rond de tafel, en gaf Ati een
schouderklopje. Toen verliet hij, onder een donderend applaus van de tribune,
de zaal.
Rob denderde
de trap af. Ati had totaal niets gemerkt van wat er allemaal in de laatste paar
minuten gebeurd was, en zat nog steeds in dezelfde positie. Ze voelde zich
totaal miserabel. Rob hees Ati overeind. Rob merkte dat Ati zo slap was als een
natte theedoek. Ze hing letterlijk in zijn armen. Met moeite draaide ze haar
gezicht naar Rob en sprak gelaten: “Ik heb het verknald! Ik ga nu weg. Ik maak
mezelf van kant !”
Rob lachte:
“Nee gekkie! Je bent nu gewoon stinkend rijk! Ja rijk! Kijk dan nu eens
eindelijk naar wat er daar op tafel ligt”.